Kinderen met gedragsproblemen en een IQ tussen de 65 en 85

Kinderen met gedragsproblemen en een IQ tussen de 65 en 85

Productgroep Sozio 3 - 2020
2,90

Omschrijving

Naar schatting zijn er zo’n 439.000 kinderen of jongeren in Nederland die kampen met een licht verstandelijke beperking (LVB; NJI, 2019). Van een licht verstandelijke beperking wordt in Nederland gesproken bij een IQ van 50-70, of een IQ van 70-85 in combinatie met een beperkt adaptief vermogen. Kinderen met een LVB lopen een groot risico op blijvende ontwikkelingsproblemen (Fernell & Ek, 2010). Zorgelijk is dat zij meer gedagsproblemen laten zien dan kinderen  onder LVB en dat deze gedragsproblemen vaker tot later in het leven doorzetten (Dekker et al., 2002; Emerson et al., 2011). Kinderen met een LVB kunnen zich door snel oplopende emoties in bepaalde situaties boosen agressief gedragen. Deze gedragsproblemen vergroten op hun beurt eveneens het risico op allerhande problemen op latere leeftijd, zoals moeizame ouder-kindrelaties, persisterende of escalerende psychiatrie, voortijding schooluitval, vandalisme en criminaliteit (Loeber, Burke, & Pardini, 2009). Tijdig passende hulp bieden is van groot belang om het toekomstperspectief van deze kwetsbare doelgroep op korte en lange termijn te verbeteren. Juist kinderen met LVB worden vaak uitgesloten van
deelname aan reguliere interventies én uit onderzoeknaar de eff ectiviteit van nieuwe interventies. Daardoor staan professionals die kinderen met LVB een interventie willen aanbieden die ‘werkt’ met lege handen. 
Het uitsluiten van LVB-kinderen uit reguliere interventies en eff ectiviteitsstudies gebeurt, omdat verwacht wordt dat de kinderen vanwege hun beperkte cognitieve capaciteiten onvoldoende kunnen profiteren van dergelijke interventies: reguliere interventies zijn ‘te moeilijk’ (Hronis, Roberts, en Kneebone, 2017). De zeer beperkt beschikbare onderzoeksresultaten ondersteunen deze aanname (Serketich & Dumas, 1996; Vance, Bowen, Fernandez, &  ompson, 2002). Tegelijkertijd verschijnen er studies die laten zien dat kinderen met LVB en bijkomende psychische problemen wel degelijk kunnen profi teren van kindgerichte interventies (Hronis, Roberts, Roberts, & Kneebone, 2019; Moskowitz et al., 2017; Schuurmans, Nijhof, Engels, & Granic, 2018), mits aangepast aan de mogelijkheden van de kinderen. Het aanpassen van interventies aan de specifi eke kenmerken van kinderen met een LVB, vergroot de kans dat deze interventies afgerond worden en, bovenal, dat ze eff ectief zijn (Van den Bogaard, Boven, Berg, Van den Blokenhoeve, & Drost, 2019). Op basis van onderzoek naar ‘best-practices’ concludeerden Nederlandse onderzoekers dat met een juiste benadering interventies met succes gegeven kunnen worden aan kinderen met een LVB (Wit, Moonen, & Douma, 2011; Van den Bogaard en anderen, 2019). Academische Werkplaats Kajak heeft helder beschreven richtlijnen opgesteld ten aanzien van het op maat maken van reguliere interventies voor kinderen bij wie sprake is van LVB-problematiek.