Samen opgroeien

Samen opgroeien

Soukaina Badou Mehmet Day Erica Faber Floor Lubbers | 2022 | Kennisplatform inclusief samenleven
Gratis

Omschrijving

Een grote mate van verscheidenheid aan culturele achtergronden is voor een groot deel van de Nederlandse samenleving een alledaagse realiteit. Dit geldt met name voor de jongere generaties in grote en middelgrote steden. Deze verscheidenheid leidt niet vanzelfsprekend tot verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving. Uit onderzoek is bekend dat onder jongeren met verschillende etnisch-culturele achtergronden sprake is van segregatie en groepsvorming (Platform JEP, 2019). Daarbovenop komt dat jongeren en ouders steeds eerder kiezen voor een school met leerlingen met dezelfde achtergrond (Sovago, 2019). Zo heeft het basisonderwijs de laatste decennia doorgaans te maken met ‘de witte vlucht’ . Het risico van segregatie is dat verschillende groepen kinderen in de samenleving elkaar minder tegenkomen en in gescheiden werelden opgroeien. De Onderwijsraad is de afgelopen jaren kritisch geweest over de bijdrage van het onderwijs aan het bevorderen van sociale cohesie onder jongeren. In meerdere rapporten waarschuwt de Onderwijsraad voor de toegenomen segregatie in het onderwijs en onvoldoende aandacht die het onderwijs heeft om jongeren dichter bij elkaar te brengen (Onderwijsraad, 2019). Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau is onderwijs bij uitstek de plek waar kinderen uit verschillende sociale milieus elkaar kunnen ontmoeten (Vogels, Turkenburg & Herweijer, 2021). 

Segregatie in het onderwijs loopt in Nederland voornamelijk langs sociaaleconomische lijnen (Lucassen, 2012). Specifieker laten cijfers uit De Staat van het Onderwijs zien dat segregatie naar het opleidingsniveau van de ouders groter is dan de segregatie naar etnische achtergrond of naar inkomen. Vooral kinderen van hoogopgeleide ouders gaan vaker naar specifieke scholen, zoals algemeen bijzondere scholen (Staat van het Onderwijs, 2020). Toch is ook de segregatie naar etnische achtergrond groot, al laat deze een dalende trend zien. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat opleidingsniveau en migratieachtergrond in veel gevallen (en dan met name in de grote en middelgrote stad) met elkaar kunnen samenhangen: ouders met een migratieachtergrond zijn vaker lager opgeleid dan ouders zonder migratieachtergrond. De Sociaal Economische Raad stelt in haar adviesrapport ‘Gelijke kansen in het onderwijs’ uit 2021 dat er een direct verband bestaat tussen onderwijssegregatie en onderwijskwaliteit. Onderwijssegregatie zorgt voor concentraties van leerlingen van lagere sociaaleconomische afkomst op de minder populaire scholen. Leraren hebben in verband met een lagere werkdruk doorgaans de voorkeur voor goed presterende scholen waar veel leerlingen zitten met een hogere sociaaleconomische status. Deze tendens vergroot het lerarentekort op de scholen met veel leerlingen van lagere sociaaleconomische afkomst. Op deze manier versterkt onderwijssegregatie de kansenongelijkheid in het onderwijs.

Hoewel jongeren zich over het algemeen sterk identificeren met de eigen etnisch-culturele gemeenschap, is er tegelijkertijd in hun beleving niet altijd sprake  van een ‘eigen groep’ of de ‘andere groep’ enkel op basis van de etnische achtergrond. Groepsvorming ontstaan bijvoorbeeld ook vanuit de jongerencultuur en hobby’s. Groepsvorming is fluïde en hybride, thuishoren bij een specifieke groep op een willekeurig moment is afhankelijk van verschillende factoren. Per context verschilt met wie jongeren zich identificeren en of ze zich in de ander herkennen. Toch zien we dat jongeren op latere leeftijd veelal omgaan met leden uit de eigen etnische groep, ook wanneer zij in het verleden een min of meer gemixte vriendenkring hadden (Day &  Badou, 2019). In beginsel is dit verschijnsel niet problematisch. Scheidslijnen in de samenleving tussen groepen is van alle tijden. De vraag is hoe duurzaam te voorkomen dat deze relatieve segregatie zich ontwikkelt tot elkaar helemaal niet ontmoeten en/of polarisatie. Begrip voor elkaar en kennis over elkaars levensstijl lijken belangrijke voorwaarden voor sterke relaties. 

Rijk, lokale overheden, scholen en maatschappelijke organisaties hebben hun zorgen over segregatie en polarisatie en streven naar het versterken van de sociale cohesie in de samenleving. Zij zijn op zoek naar effectieve interventies die al vroeg in de ontwikkeling van kinderen kunnen worden ingezet om verbinding met elkaar te bevorderen, bijvoorbeeld op de basisschool of in de beginjaren van het voortgezet onderwijs. Daar kunnen jongeren het best zo vroeg mogelijk worden bereikt. Welke (nieuwe) initiatieven er op dit vlak bestaan en inzicht in hoe die aansluiten op de sociale realiteit van jongeren met verschillende achtergronden ontbreekt; zo ook de kennis over elementen die werkzaam en/of onbedoeld mogelijk contraproductief zijn.   

Uit een verkenning van  Platform JEP, het Nederlands Jeugdinstituut en het Verwey-Jonker Instituut kwam naar voren dat polarisatie bijna niet toeneemt onder jongeren, mede dankzij goede preventieve activiteiten van (jeugd)professionals. Vaker is sprake van segregatie dan van polarisatie, maar ook dat spanningen vooral onderhuids blijven en vooral zichtbaar of merkbaar worden bij bepaalde gebeurtenissen  (bijvoorbeeld berichten in de media over maatschappelijke kwesties) of incidenten (bijvoorbeeld gevoel van uitsluiting). Tegen de achtergrond van de ervaren segregatie onder jongeren constateren we een trend van verschillende  sociale initiatieven  die de laatste jaren van de grond komen met als doel de nieuwe generatie jongeren met elkaar in verbinding te brengen. Aansluitend op de leefwereld van jongeren beogen deze initiatieven het samen opgroeien te bevorderen door diepgaande contacten te stimuleren,  vaak geïnitieerd door onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties of sociale ondernemers. Er is nog weinig zicht op welke aspecten van verbinding de aandacht krijgen in de praktijk, wat werkt, niet werkt/contraproductief kan uitpakken en onder welke condities projecten geïmplementeerd kunnen worden voor een succesvolle realisatie van de doelstellingen. 

Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) zet met het onderhavige rapport in op het beschrijven van de randvoorwaarden, werkzame elementen en contraproductieve elementen  die voortvloeien uit  een select aantal  initiatieven  op het gebied van tegengaan en/of verminderen van segregatie in het onderwijs.  Dit doen we door  voort  te  borduren  op de verkenning in 2019 van het Platform JEP, het Nederlands Jeugdinstituut en het Verwey-Jonker Instituut. Uit dat onderzoek is een kader ontstaan voor het ontwikkelen en toetsen van activiteiten die gericht zijn op de preventie en aanpak van polarisatie, maar welke type initiatieven er nu bestaan en wat precies goede preventie behelst is niet duidelijk. We hopen via het huidige onderzoek te voorzien in deze kennislacune, met een focus op initiatieven in het funderend onderwijs. Tegelijkertijd beschouwen we de resultaten van deze studie als een eerste aanzet voor een breder pedagogisch kwaliteitskader, waarin randvoorwaarden, werkzame elementen en contraproductieve factoren staan beschreven van projecten in het onderwijs die zich inzetten tegen segregatie (en polarisatie) onder jongeren. 

Deze rapportage is als volgt opgebouwd. We behandelen in de volgende paragraaf eerst de onderzoeksopzet en geven beknopt informatie over de initiatieven die we in dit onderzoek hebben bestudeerd. In de daaropvolgende paragrafen komen de bevindingen naar voren, waarbij we eerst de randvoorwaarden formuleren. Daarna behandelen we de werkzame elementen en contraproductieve factoren die we zijn tegengekomen. We ronden de rapportage af met een slotwoord.