De oorzaak van de groeiende stroom richting jeugdhulp? Psychiater Wouter Staal wijt het vooral aan de druk om te moeten excelleren, maar ook aan het gebrek van perspectief voor jongeren. Hij pleit voor een ‘nieuw script’: “Jongeren hebben een toekomstbeeld nodig dat helpend is.”
Als ik door de gangen van mijn school loop en 1500 leerlingen voorbij zie komen, dan denk ik soms aan wat men allemaal over hen roept. Te vaak hoor ik in de media een variatie op: ‘De jeugd van tegenwoordig is te gevoelig, kan niet meer tegen een stootje. Ze kan niet tegen stress en heeft zomaar een burn-out.’
OBS Dijkerhoek ligt in de gelijknamige buurtschap op vijf minuten van Holten in een agrarische omgeving met veel omgekeerde vlaggen. Een verzorgd gebouw met een open indruk, waar bezoek meteen wordt opgemerkt. De school is in actie: leerlingen zijn bezig met hun lessen, er heerst bedrijvigheid, rust én concentratie. Deze school werkt met Verbindend Gezag en zet daarmee iets bijzonders neer voor kinderen, ouders, leerkrachten en omgeving.
In mijn vorige column (Een eerlijke kans, OJ 1-2023) beschreef ik een casus van een moeder waarvan de baby bij de geboorte uit huis geplaatst werd. De Raad voor de Kinderbescherming gaf namelijk onder meer aan dat de wachtlijst voor een moeder-kindplaatsing te lang was.
Het is een belangrijke vraag die ik met regelmaat stel als ik op scholen rondloop. Wat geldt binnen uw school, binnen uw afdeling, eigenlijk als een ‘normaal’ kind? Of als ik bij gemeenten aanschuif tijdens een overleg. Vaak gaat het dan om jeugdhulp, over kinderen en jongeren waar zorgen over zijn, over de inzet en oproep voor meer preventie; het zijn de bekende vraagstukken. Maar ook daaronder zit altijd deze vraag: wat vindt u eigenlijk normaal?
In Nederland wordt veel gesproken over ‘normaal’. Maar wat is eigenlijk normaal? Als we naar kinderen en jongeren kijken, dan zien we vaak dat toetsen of testen gebruikt worden om uitspraken te doen over wat normaal is. Onderliggend aan deze testen en toetsen is de normaalverdeling.