Het wordt vaak de eerste sociale wet van Nederland genoemd: het kinderwetje van Van Houten, nu precies 150 jaar geleden. Hoewel Samuel van Houten het later zelf een misbaksel zou noemen, is het ‘een stam geweest waar andere loten aan konden groeien’. Biograaf Coen Brummer over de erfenis van deze eigenzinnige politicus: “Sam van Houten liet zien hoe je de democratie wakker kon kussen.”
In elke samenleving gelden sociaal-maatschappelijke verwachtingen die invloed hebben op de heersende opvattingen over wat goed opvoeden, begeleiden en
onderwijzen is. In onze samenleving staat inclusie hoog in het vaandel. De indruk kan bestaan dat het een modeterm betreft, al dan niet ingegeven door bezuinigingen. Dit beeld klopt niet helemaal. Hier volgt een korte (onvolledige) historische schets.
In 2006 ontstond vanuit ouders het idee dat hun kind met een beperking naar
een reguliere school in de buurt zou moeten kunnen.
Confusius sprak eens: ‘Weten wat juist is en het niet in praktijk brengen, is
gebrek aan moed.’ Het vormt een van de grondgedachten voor dit stukje van
Regel & Recht.
Na de kinderwet van Van Houten volgde een rij wetten waarmee de overheid zich meer en meer een positie gaf in de ontwikkeling van kinderen. Die wetten hadden naast goede bedoelingen ook ongewenste effecten. Zijn we ons dat voldoende bewust?
Het streven van passend onderwijs voor elk kind is een even vanzelfsprekende als moeizame doelstelling. Het is en blijft een zorg van alle tijden en voor alle betrokkenen rondom het schoolgaande kind. De doelen die tien jaar geleden in de Wet passend onderwijs (2014) zijn geformuleerd, moeten ervoor zorgen dat alle kinderen een passende onderwijsplek krijgen.