In de provincie Friesland functioneert het Ouder-en Jeugdsteunpunt Friesland (OJSPF) als een onafhankelijke organisatie die ouders, leerlingen en jeugd ondersteunt bij vragen rondom onderwijs en jeugdhulp.
“Zeurende, boze ouders? Dat zijn betrokken ouders”, aldus Tonnis Bolks, auteur van het boek Professioneel communiceren met ouders en kinderen: “Als ouders hun ongenoegen uiten, gaat hen iets aan het hart.” Ik ga met Tonnis in gesprek over oudercontact. Wat is daarin belangrijk? En zien we de betrokkenheid van ouders genoeg?
Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat je kind mag meedoen. Op school, in de buurt, op de sportvereniging. Maar inclusie is nog te veel wensdenken, ziet JaapJan Boer, veranderkundige in onderwijs en jeugd en vader van de achtjarige Victor met het syndroom van Down. Meer ouderverbondenheid kan inclusief onderwijs dichterbij brengen: “Ik geloof in een beweging van onderaf, waarin betrokken ouders coalities smeden met scholen en buurten.”
Ouderschap brengt rechten én verantwoordelijkheden met zich mee. De rechten van ouders voor de opvoeding van het kind zijn dan ook beschermd in internationale verdragen, maar hoe ver reikt deze bescherming?
“Is het raar dat ik wil dat mijn kind gewoon mee kan doen? Hij hoeft echt geen hoge cijfers te halen. Gewoon meedoen, in een groep, bij zijn vrienden en klasgenoten.” Het is een menselijke behoefte: verbondenheid aan anderen. Hier verwoordt door een heel gewone ouder die zijn kind in ‘de fuik van handelingsverlegenheid’ zag zwemmen. Het kind raakte zoek in die fuik.