Samenwerken kan goed zijn voor jeugd en gezin. Maar ‘samenwerken om het samenwerken’? Dat kan op een steeds kritischere blik rekenen. OnzeJeugd.NU vraagt Igor Ivakić, socioloog en directeur-bestuurder van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, naar zijn ideeën over ketensamenwerking. Hij is kritisch: “De village rondom een gezin is een soort straat geworden waar je allerlei professionele diensten kunt inkopen.”
Governance is cruciaal om te voorkomen dat jeugdigen met complexe en meervoudige hulpvragen tussen wal en schip vallen. Dat klinkt misschien vreemd, omdat governance vaak wordt geassocieerd met bestuur, regels of toezicht. Maar in dit artikel gebruik ik governance in een bredere betekenis.
Wanneer een school zorgen heeft over de ontwikkeling of het leren van een kind, stelt ze soms voor om een onderzoek te laten doen, zoals bijvoorbeeld een IQ-test of onderzoek door een onderwijsbegeleidingsdienst. Wat mag een school zelf beslissen en waar heeft de ouder het laatste woord?
Uit Apeldoorn kwam een bijzondere vraag aan het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ): neem ons mee in een nieuw perspectief op jeugdzorg. Geen gebruikelijke vraag voor de preventie-experts.
In de professionele wereld werken we graag goed en veel samen. Om dat samenwerken te organiseren denken we in ketens. We willen niets dubbel doen en zijn als professionals allemaal gehecht aan onze eigen positie in die ketens. Dat vraagt nogal wat afstemming en dat leidt weer tot onbegrip en miscommunicatie. Moeten we het dan wel doen?
Stel, je bent een jongere op het mbo en je hebt sombere en suïcidale gedachten. In Nederland organiseren we dat in een keten. Logisch toch. Maar is het dat ook?
Ieder mens heeft behoefte aan verbondenheid. De sense of belonging – het gevoel en het weten dat je ergens bij hoort – is een fundamentele menselijke basisbehoefte. Voor iedereen. Een kind dat zich gezien, gehoord en gewaardeerd weet, ontwikkelt niet alleen zelfvertrouwen, maar ook de moed om te leren, te spelen en relaties aan te gaan.