Kinderen en jongeren zijn van zichzelf al veerkrachtig. Laat die veerkracht intact, zegt Andrea Walraven-Thissen. In haar werk als critical incident manager maakt ze het van dichtbij mee: “Volwassenen hebben de neiging om uit machteloosheid de regie van het kind over te nemen. Pas je liever aan de energie van het kind aan en verbind je daarmee.”
Wie de Verschoorschool in Nunspeet binnenloopt, komt allerlei groepen met dierennamen tegen, zoals de Hazen, de Vossen, de Egels en de Mezen. De laatstgenoemde groepen zijn zogenoemde koesterklassen.
Vallen is natuurlijk geen daadwerkelijk recht, maar misschien wel een consequentie van het recht om te spelen. Een recht wat eerder al is benoemd in een bijdrage van Regel & Recht. Maar wat houdt dit recht nu precies in?
Om me heen zie ik, naast pogingen om het echt anders te doen, ook voorbeelden van vasthouden aan hoe het gaat in gemeente, onderwijs en zorg. Gesprekken gaan over de wens te veranderen, het anders te (mogen) doen terwijl daaronder voortdurend de angst om te verliezen sluimert. Wat laten we los als we dingen anders doen? Waar kunnen we dan op vertrouwen?
Veerkracht is het vermogen om te herstellen van tegenslag en je aan te passen aan moeilijke omstandigheden. Het gaat niet alleen om ‘sterk zijn’, maar vooral om het terug kunnen veren na tegenslag. Veerkrachtig worden en zijn doe je niet alleen.
Mentale veerkracht is een concept in ontwikkeling. Veerkracht moet niet gezien worden als een statische eigenschap, maar een dynamisch en contextafhankelijk proces. Het vermogen om veerkrachtig te reageren op stressvolle situaties hangt af van een complex samenspel van individuele factoren en omgevingsfactoren (zoals sociale steun en culturele context). In dit artikel wordt besproken welke onderliggers veerkracht heeft, wat het belang is van sociaal-ecologische context en wat dit in grote lijnen betekent voor onderwijs, jeugdzorg en gemeenten.