Internet is een veel gebruikte manier om contacten te onderhouden. De meiden die op de leefgroep waar ik werkzaam ben, gebruiken het internet hier ook voor. Regelmatig komt het voor dat ouders, en af en toe ook gezinsvoogden, hun dochter of pupil opzoeken op deze sites. Ze kunnen persoonlijke berichten lezen die door de jongere zelf geplaatst zijn of aan de jongere geschreven zijn door een ander. De jongere zelf weet niet dat zij op deze manier in de gaten gehouden wordt. In hoeverre is het te rechtvaardigen dat jongeren op deze manier in de gaten gehouden worden, zonder dat ze dit zelf weten? Moeten we dit wel of niet melden? En mogen we de informatie die op deze manier verworven
wordt wel of niet gebruiken? Tast dit hun privacy aan of is het te verantwoorden uit het oogpunt dat ze verkeerde dingen kunnen doen op het internet, die we zo kunnen voorkomen?
In deze aflevering van Pioniers beschrijft Maarten van der Linde leven en werk van Johanna ter Meulen. Ruim honderd jaar geleden ging ze al outreachend te werk.
Johanna ter Meulen is 26 jaar als zij in 1894 begint met haar pionierswerk in de volkshuisvesting. Vanaf het begin combineert zij dat met een outreachende werkwijze in het woningmaatschappelijk werk. Een nieuwe werksoort. Zij vindt dat vrouwen dit werk als een volwaardig beroep – betaald – moeten uitvoeren. In haar werk wint zij het vertrouwen van haar huurders en daardoor kan zij mensen hulp bieden.
Zelfverwondend gedrag bij kinderen met autisme en een verstandelijke beperking is een lastig fenomeen. Waarom vertonen juist deze kinderen zelfverwondend gedrag en wat kunnen begeleiders doen om het gedrag te voorkomen? Welke interventies kun je inzetten op het moment dat een kind zichzelf toch verwondt en wat kan een begeleider doen na afloop van zelfverwondend gedrag?