Zorgen dat het werkt

Zorgen dat het werkt

Werkzame factoren in de zorg voor jeugd

2011

Omschrijving

Evidence based werken in de zorg voor jeugd? Prima! Maar wat doen we met vragen als:

  • In wiens handen werken interventies; wat kenmerkt effectieve professionals?
  • Wat is de invloed van de werkalliantie van professionals en cliënten?
  • Waarom werken interventies, en onder welke condities?
  • Hoe kunnen we steunfactoren benutten in de leefomgeving van jeugdigen en opvoeders?
  • Wat betekent dit alles voor de manier waarop we hulp moeten organiseren en beroepskrachten moeten opleiden?


Vijf bijdragen maken dit boek waardevol voor jeugdzorgprofessionals en studenten. Vijf auteurs die thuis zijn in veld en wetenschap laten hun licht schijnen over:

  • De samenhang tussen werkzame factoren, met nadruk op kenmerken van effectieve professionals en het belang van cliënt-hulpverlener-alliantie (Huub Pijnenburg)
  • Vernieuwende opvattingen over inrichting van contextuele jeugdzorg en niet-vrijblijvende samenwerking bij complexe hulpvragen (Jo Hermanns)
  • Mogelijkheden voor effectiviteitsverbetering, waaronder aandacht voor implementatie van effectieve interventies (Tom van Yperen)
  • Recente ontwikkelingen in het denken over evidence based practice en de zoektocht naar een werkzame alliantie tussen praktijk en wetenschap (Giel Hutschemaekers)
  • De samenhang tussen een integrale visie op jeugdzorg, belangen van overheden, en dimensies in werk en opleiding van beroepskrachten (Adri van Montfoort)

De eerste bijdrage is een bewerking van de intreerede van Huub Pijnenburg bij de aanvaarding van zijn lectoraat Werkzame Factoren in de Zorg voor Jeugd aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Dit lectoraat zoekt samen met de praktijk naar antwoorden op vragen over werkzaamheid van zorg voor jeugd, en wat dit betekent voor beroepskrachten en instellingen.

De factoren die de werkzaamheid van de psychosociale zorg voor jeugd beïnvloeden, laten zich kennen als een bonte familie. Meer kennis over de leden van deze familie en hun onderlinge band zal de werkzaamheid van de jeugdzorg vergroten. Want dat is en blijft de grote uitdaging: zorgen dat het werkt.

Recensie NBD Biblion

Geen hulp zonder recht, geen recht zonder hulp

Geen hulp zonder recht, geen recht zonder hulp

In juni 2009 verscheen het advies Van klein naar groot van de commissie Zorg om jeugd, ingesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG had aan de commissie gevraagd welke delen van de huidige jeugdzorg naar de gemeente kunnen worden gedecentraliseerd. Volgens de commissie kan de gehele jeugdzorg worden overgeheveld van de provincie naar de gemeente, behalve de jeugdbescherming. De commissie schrijft dat versnippering van het aanbod, verkokering van de organisatie en verschillende scheidslijnen in het stelsel van jeugd- zorg het centrale probleem zijn. De oplossing ziet de commissie in het scheppen van samenhang: ‘De samenhang in het aanbod moet onder gemeentelijke regie tot stand komen, als onderdeel van de algehele ver- antwoordelijkheid voor een samenhangend jeugdbeleid.’

Meer info
3,90
Goed geregelde jeugdzorg?

Goed geregelde jeugdzorg?

Waarom is er zoveel kritiek op de moderne jeugdzorg, die verkokerd, bevoogdend en niet vraaggericht zou zijn? Vaak wordt er gewezen op de gefragmenteerde organisatie, op de niet heldere verdeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden, op de bureaucratische processen en op de perverse prikkels in het financieringssysteem. Zonder twijfel is er in al die bestuurlijke tuintjes nogal wat onkruid te wieden en kan het hele stelsel eenvoudiger en transparanter. In dit hoofdstuk wordt echter de stelling betrokken dat bestuurlijke reparaties de problemen niet zullen oplossen. Er ligt een dieper, meer zorginhoudelijk probleem ten grondslag aan de genoemde problemen.

Meer info
3,90
Praktijk én wetenschap Zoeken naar werkzame allianties

Praktijk én wetenschap Zoeken naar werkzame allianties

De jeugdzorg beleeft hoogtijdagen. Nooit eerder is er zoveel aandacht geweest voor vernieuwing en verbetering van de kwaliteit van hulp- verlening. Aangemoedigd door de politiek hebben wetenschappers, professionals, managers, beleidsmakers en zorgverzekeraars de han- den ineen geslagen om gezamenlijk een lijst van effectieve interventies op te stellen. Interventies die op deze lijst staan, worden met voor- rang geïmplementeerd in de zorgpraktijk, bij voorkeur in onderlinge samenhang via zorgprogramma’s en zorglijnen. En vervolgens dienen die programma’s op hun beurt gevolgd en getoetst te worden op hun resultaten, liefst met continue outcome monitoring (Lambert et al., 2005). Heel veel werk aan de winkel dus.

Meer info
3,90
Wat werkt in de jeugdzorg? Hoe en wat te implementeren

Wat werkt in de jeugdzorg? Hoe en wat te implementeren

Ruim vijftien jaar geleden beweerden onderzoekers dat het effect van de jeugdzorg in de praktijk feitelijk nihil is. Daar staan we dan, met ons goede fatsoen. Alleen al in de door de provincie gefinancierde jeugdzorg gaat er rond een miljard euro per jaar om. Per jaar melden zich duizenden cliënten aan, kennelijk in het vertrouwen dat hulpver- leners ze kunnen helpen. Dit aantal groeit jaarlijks gestaag (Stevens et al., 2009). Grote groepen hulpverleners werken met hart en ziel voor hun eigen cliënten. Zou het echt allemaal niet helpen? Recentere schattingen laten zien dat er wel degelijk effecten worden geboekt, maar dat er ook verbeteringen mogelijk zijn. De vraag wordt dan: hoe is de jeugdzorg effectiever te maken? Dit is een vraag die veel discussie uitlokt. De ene positie stelt dat professionals meer met ef- fectieve interventies moeten gaan werken. De andere positie vreest dat die interventies keurslijven worden waar professionals in terecht- komen en waardoor zij geen maatwerk meer voor cliënten kunnen leveren. Het gaat vooral om de effectieve professionals, zo is het idee.

Meer info
3,90
Zorgen dat het werkt: Inleiding

Zorgen dat het werkt: Inleiding

Wat maakt dat het werkt? Wat maakt dat hulpverleners er in slagen om de motor van de positieve ontwikkeling weer op gang te helpen brengen in het leven van jeugdigen (0-23) die een beroep doen op on- dersteuning vanwege ontwikkelings- en opvoedingsbelemmeringen? Dat is een belangrijke vraag, want elk kind telt. Wat de opbrengst moet zijn van die ondersteuning en eventueel ingrijpen bij jeugdigen en gezinnen, dat is duidelijk: effectief helpen bij opgroeien en opvoeden door bestaande belemmeringen op te lossen of te verminderen, zodat jeugdigen zich onbedreigd en evenwichtig kunnen ontwikke- len, en optimaal mee kunnen doen in hun eigen leefomgeving, op school, op de arbeidsmarkt, en in de samenleving. Hermanns (2009) formuleert het heel bondig: het doel is herstel van het gewone leven. Duizenden beroepskrachten in de zorg voor jeugd werken daar dagelijks aan, velen met grote toewijding. Toch vallen de resultaten niet altijd mee. Mede daardoor staat de zorg voor jeugd al geruime tijd flink ter discussie. Dus wordt gezocht naar manieren waarop het be- ter, effectiever kan. Maar zoeken we wel in de goede hoek? Dat is de vraag. Ik heb daar zorg over, en ook over een aantal ontwikkelingen rond de zorg voor jeugd.

In deze rede betoog ik dat werkzame factoren in de zorg voor jeugd samen een grote en kleurrijke familie vormen, maar dat zorgonder- zoekers en zorgpraktijk maar met een paar leden van de factorenfa- milie vertrouwd zijn. Deze laatste worden belangrijk geacht; andere veel minder of helemaal niet. Ten onrechte. Ook dat is een reden tot zorg, maar vooral: een reden tot actie.

Dat roept de vraag op, op welke werkzame factoren we ons onder- zoeksvizier moeten richten. In het bijzonder welke rol het lectoraat daarin wil spelen. Voor ik op deze vraag inga, schets ik een paar belangrijke ontwikkelingen in de zorg voor jeugd, en in het denken over effectiviteit. Daarna stel ik een model voor van de hele werkza- me factorenfamilie. Over een paar familieleden ben ik kort omdat ze uitvoerig belicht worden in de andere bijdragen aan deze bundel. Tot slot geef ik aan welke familieleden/factoren het lectoraat de komende tijd met name beter wil leren kennen via praktijkonderzoek, en hoe daar al een begin mee is gemaakt.

Meer info
3,90
Zorgen dat het werkt: Werkzame factoren in de zorg voor jeugd

Zorgen dat het werkt: Werkzame factoren in de zorg voor jeugd

Evidence based werken in de zorg voor jeugd? Prima! Maar wat doen we met vragen als:

  • In wiens handen werken interventies; wat kenmerkt effectieve professionals?
  • Wat is de invloed van de werkalliantie van professionals en cliënten?
  • Waarom werken interventies, en onder welke condities?
  • Hoe kunnen we steunfactoren benutten in de leefomgeving van jeugdigen en opvoeders?
  • Wat betekent dit alles voor de manier waarop we hulp moeten organiseren en beroepskrachten moeten opleiden?


Vijf bijdragen maken dit boek waardevol voor jeugdzorgprofessionals en studenten. Vijf auteurs die thuis zijn in veld en wetenschap laten hun licht schijnen over:

  • De samenhang tussen werkzame factoren, met nadruk op kenmerken van effectieve professionals en het belang van cliënt-hulpverlener-alliantie (Huub Pijnenburg)
  • Vernieuwende opvattingen over inrichting van contextuele jeugdzorg en niet-vrijblijvende samenwerking bij complexe hulpvragen (Jo Hermanns)
  • Mogelijkheden voor effectiviteitsverbetering, waaronder aandacht voor implementatie van effectieve interventies (Tom van Yperen)
  • Recente ontwikkelingen in het denken over evidence based practice en de zoektocht naar een werkzame alliantie tussen praktijk en wetenschap (Giel Hutschemaekers)
  • De samenhang tussen een integrale visie op jeugdzorg, belangen van overheden, en dimensies in werk en opleiding van beroepskrachten (Adri van Montfoort)

De eerste bijdrage is een bewerking van de intreerede van Huub Pijnenburg bij de aanvaarding van zijn lectoraat Werkzame Factoren in de Zorg voor Jeugd aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Dit lectoraat zoekt samen met de praktijk naar antwoorden op vragen over werkzaamheid van zorg voor jeugd, en wat dit betekent voor beroepskrachten en instellingen.

De factoren die de werkzaamheid van de psychosociale zorg voor jeugd beïnvloeden, laten zich kennen als een bonte familie. Meer kennis over de leden van deze familie en hun onderlinge band zal de werkzaamheid van de jeugdzorg vergroten. Want dat is en blijft de grote uitdaging: zorgen dat het werkt.

Recensie NBD Biblion

COMPLETE UITGAVE

Meer info
9,95