Corona & Cohesie Dashboard Sociale Impact Corona –

Corona & Cohesie Dashboard Sociale Impact Corona –

Gratis

Omschrijving

Sociale cohesie gaat over wat een gemeenschap bij elkaar houdt en over het vermogen van burgers om samen te leven en samen te werken. In het dashboard onderscheiden wij vier aspecten van sociale cohesie die hun oorsprong vinden in het gedachtegoed van de politicologie, sociologie & antropologie, sociale geografie en de criminologie, namelijk (1) de mate van vertrouwen in publieke instituties en onderling vertrouwen van mensen in elkaar, (2) onderlinge solidariteit, (3) de kwaliteit van buurtrelaties en (4) de beleving van (on-) veiligheid en overlast.

Daarnaast gaan wij apart in op het vraagstuk van polarisatie, waarbij we aandacht besteden aan twee dimensies: (1) tegenstellingen tussen groepen in de samenleving en (2) tegenstellingen tussen burgers en overheidsinstellingen. Deels komen deze aspecten terug bij vertrouwen, alsook bij onderlinge steun en vragen rond veiligheid. We zullen echter ook ingaan op de mening van burgers over aspecten van het coronabeleid die gevolgen hebben voor de relaties tussen burgers en overheid en tussen burgers onderling.

We lichten de verschillende aspecten kort toe.

1. Vertrouwen van mensen in elkaar en in publieke instituties Hierbij gaat het enerzijds om algemeen of sociaal vertrouwen (generalized trust) dat burgers hebben in elkaar. Algemeen vertrouwen vergroot de voorspelbaarheid van gedrag en reduceert de complexiteit van samenleven, anderzijds gaat het om relaties tussen burgers en publieke instituties (institutional trust). Institutioneel vertrouwen versterkt samenwerking en is van belang voor de legitimiteit, het draagvlak en de effectiviteit van het coronabeleid. In dit geval richten wij ons vooral op vertrouwen in de overheden (nationaal en lokaal) en publieke gezondheidsdiensten zoals GGD en RIVM en analyseren we of er verschillen zijn naar achtergrondkenmerken. Ook kijken we naar de mate waarin burgers (on-)vrede hebben met het coronabeleid en naar de samenhang tussen het gebruik van sociale media en vertrouwen in instituties en mensen.

2. Solidariteit: onderlinge sociale relaties en steunpatronen Hierbij gaat het om de mate waarin binnen sociale netwerken onderling steun wordt uitgewisseld. Bij dit 1 Zie https://www.impactcorona.nl/ laatste kan men denken aan praktische steun (zoals boodschappen doen), maar ook emotionele steun (zoals over belangrijke dingen praten) of gewoon gezelligheid.

3. Kwaliteit van de buurtrelaties Een derde aspect is meer toegespitst op de directe leefomgeving van mensen: de ervaren kwaliteit van buurtrelaties. Hierbij gaat het er bijvoorbeeld om of bewoners denken dat buurtgenoten gelijke opvattingen hebben, of ze elkaar helpen en of er spanningen bestaan tussen buurtbewoners.

4. Beleving van (on-)veiligheid en overlast Een vierde aspect van sociale cohesie betreft de sociale veiligheid. Daarbij kijken we naar de mate waarin bewoners spanningen en overlast in de buurt of van hun buren ervaren en de mate waarin ze zich (on)veilig voelen in de buurt. 5. Polarisatie Aanvullend op eerdergenoemde aspecten kijken we ook naar mogelijke onvrede van burgers met het overheidsbeleid en naar mogelijke verdeeldheid onder burgers over aspecten van het coronabeleid (in het bijzonder met betrekking tot vaccinatie). 

Conclusies

Op veel facetten van sociale cohesie is nauwelijks ontwikkeling sinds het begin van de COVID-19 crisis. De ervaren veiligheid, buurtcohesie, hulpbereidheid en -verwachting blijven nagenoeg onveranderd sinds het begin van de COVID-19 pandemie. Het sociaal vertrouwen en de waardering van de buurtomgeving is nauwelijks aan verandering onderhevig. De grootste veranderingen zijn waarneembaar in de mate van vertrouwen in instituties. Met name voor wat betreft het vertrouwen in de landelijke en lokale overheid. Het was de vraag hoe dit vertrouwen zich zou ontwikkelingen nu de coronamaatregelen zijn losgelaten en COVID-19 meer naar de achtergrond is verdwenen. Tot nu toe heeft dit echter nog niet geleid tot een (sterk) herstel in het vertrouwen in instituties.

Uit de meest recente meting (november ’22) blijkt dat het vertrouwen in de landelijke overheid op het laagste punt is sinds de eerste meting in april 2020. Het vertrouwen in de lokale overheid is geleidelijk gedaald sinds het begin in april ’20 tot en met juni ’22. Vanaf juni ’22 tot en met november ’22 begint het vertrouwen in de lokale overheid weer lichtelijk te stijgen. Het vertrouwen in de GGD is in 2022 gestegen en is nu weer bijna op hetzelfde niveau als in de beginperiode in april 2020. Het vertrouwen in het RIVM is nog steeds aanzienlijk lager vergeleken met het vertrouwen in de beginperiode van april ’20. Naast vertrouwen is de respondenten gevraagd naar de onvrede met de corona-aanpak van de overheid. Ondanks dat er in de periode dat de meting werd afgenomen nagenoeg geen maatregelen van kracht waren, en het dus de vraag is in hoeverre er nog gesproken kan worden over een aanpak, is een groot deel van de respondenten ontevreden over de aanpak. Deze onvrede is echter wel afgenomen sinds februari 2022. Dit kan mogelijk samenhangen met de afschaffing van de meeste maatregelen en de verminderde (publieke) aandacht voor corona tijdens deze perioden. Vooral mensen die moeilijk rondkomen en niet-gevaccineerd zijn, zijn ontevreden over het overheidsbeleid. De gesprekken die gevoerd zijn in Rotterdam en Utrecht bevestigen het beeld dat het vertrouwen in de overheid is afgenomen. Veel respondenten staan kritisch tegenover de corona-aanpak en de manier waarop door de overheid is gecommuniceerd.

Grofweg zien we drie houdingen: 1) begripvol en de maatregelen opvolgend, 2) twijfelend maar hebben voorheen de maatregelen opgevolgd, 3) afwijzend tegenover overheid en maatregelen.

Ook nu de coronaperiode voorbij lijkt, bestaat er nog steeds een grote mate van wantrouwen en negativiteit ten opzichte van de overheid over tal van onderwerpen. Nieuw in deze meting was de vraag in hoeverre Nederlanders bang zijn voor een nieuwe coronagolf, hoe ze verwachten dat de overheid dan zou optreden en of ze in de toekomst zich opnieuw aan maatregelen zouden houden. Een ruime meerderheid (61 procent) geeft aan (helemaal) niet bang te zijn voor een nieuwe golf. De verwachting of de overheid beter in zal grijpen bij een nieuwe golf leidt tot meer verdeeldheid. Zo geeft ruim een derde aan dat zij het (helemaal) eens zijn met de verwachting of de overheid beter in zal grijpen bij een nieuwe golf. Ongeveer veertig procent verwacht niet dat de overheid beter in zal grijpen.

Op de vraag of men bereid is een boosterprik te nemen, geeft een kleine 60 procent aan dit al te hebben gedaan of van plan te zijn. Bijna een kwart is dit echter niet van plan en 17,7 procent twijfelt. Over het algemeen geven de meeste mensen aan dat zij bereid zijn om in de toekomst nieuwe maatregelen te volgen. Toch zien we ook wat dit betreft aanzienlijke groepen tegenover elkaar staan. Rond de twintig procent van de Nederlanders geeft aan niet bereid te zijn om opnieuw maatregelen te volgen. Vooral het in lockdown gaan, het bezoek thuis beperken en het sociale leven inperken genieten minder draagvlak. De uitkomsten van de gesprekken in Rotterdam en Utrecht komen overeen met het panelonderzoek. Een klein deel van de respondenten geeft aan in geen geval maatregelen in de toekomst op te volgen. Een andere grotere groep twijfelt of zij zich in de toekomst weer aan maatregelen zouden houden. Voor hen hangt het af van de context: wat voor maatregelen worden er genomen en hoe hevig de coronagolf en het ziektebeeld is. Een deel van de respondenten zegt zich wel aan maatregelen te zullen houden in de toekomst. Bijvoorbeeld vanwege een kwetsbare gezondheid van henzelf of familieleden. Cruciaal voor de bereidheid tot het opvolgen van maatregelen in de toekomst lijkt de manier hoe daarover gecommuniceerd wordt en de context waarbinnen de maatregelen genomen worden.

Een andere uitkomst uit het kwalitatieve veldwerk in Rotterdam en Utrecht was dat het contact tussen mensen tijdens corona noodgedwongen veel minder werd, maar dat dit inmiddels hersteld lijkt. Desondanks heeft er ook een verandering plaatsgevonden in de interactie tussen mensen. Er lijkt sprake van een toegenomen polarisatie. De verschillende houdingen ten opzichte van de overheid en de corona-aanpak lijken er soms toe te leiden dat mensen niet meer met elkaar in gesprek willen gaan. In de gesprekken werd regelmatig gesproken over polariserende ‘kampen’ en over hoe het moeilijk kan zijn om de dialoog aan te gaan met andersdenkenden