Iedereen heeft wel eens een getuigenis gehoord, een situatie opgemerkt of iemand gekend die geconfronteerd werd met gendergerelateerd geweld: seksistische opmerkingen op straat, ongewenste aanrakingen of seksuele gedragingen, creepshots of deepnudes,1 bedreigingen, chantage of geweld door een (ex-)partner. Soms gaat het om een collega, een vriend of vriendin, een familielid. Soms zijn we zelf het slachtoffer. Dit geweld, of het zich nu afspeelt op straat, op het werk of binnen een partnerrelatie, is nooit onschuldig. Wat lange tijd gezien werd als op zichzelf staande feiten verhult in werkelijkheid een veel bredere realiteit: gendergerelateerd geweld raakt, direct of indirect, de hele samenleving. Het is een weerspiegeling van de genderongelijkheden die ook vandaag nog in onze samenleving blijven bestaan.Het verstoort levenslopen, tast het zelfvertrouwen aan, verbreektrelaties en laat blijvende sporen na op psychologisch, economisch of fysiek vlak. Om de stilte en de onzichtbaarheid van dit geweld te doorbreken, moet deze realiteit eerst gekend zijn. Dat is precies de ambitie van het rapport dat u gaat ontdekken: een statistisch en analytisch inzicht bieden in gendergerelateerd geweld om zo de ondersteuning aan de slachtoffers te kunnen verbeteren. Dit rapport behandelt de Belgische resultaten van de tweede Europese enquête naar de prevalentie van gendergerelateerd geweld: de EU Gender-based violence survey (EU-GBV). Het biedt een diepgaande analyse van de vormen van geweld die in de EU-GBV-enquête aan bod komen: stalking, ongewenst seksueel gedrag op het werk, partnergeweld (psychologisch, fysiek en seksueel) en geweld door derden (fysiek en seksueel). Het kijkt ook naar de gevolgen van dergelijk geweld en naar het contact dat slachtoffers hebben met hulpdiensten.
Een beter beeld van het dark number
Het blijft een grote uitdaging om de werkelijke omvang van gendergerelateerd geweld te meten. De meest toegankelijke gegevens zijn meestal administratieve gegevens: geregistreerde klachten bij de politie, geopende gerechtelijke dossiers, gegevens verzameld door de diensten voor slachtofferhulp. Hoewel deze gegevens op zich zeer waardevol zijn, geven ze slechts een deel van de werkelijkheid weer. Veel slachtoffers doen immers geen aangifte en als ze dat wel doen, gaat het vaak maar om een fractie van hun ervaringen. Onderzoeken bij de bevolking, zoals de EU-GBV-enquête, geven een beter beeld van wat het ‘dark number’ genoemd wordt: het geheel van gewelddaden die niet bij de autoriteiten worden gemeld en dus niet in de administratieve statistieken voorkomen. Door mensen te vragen met welke vormen van geweld zij te maken hebben gehad, bieden deze enquêtes een vollediger en representatiever beeld van gendergerelateerd geweld, van de frequentie ervan en van de gevolgen die het kan hebben. Om de omvang en de dynamiek van gendergerelateerd geweld volledig te begrijpen, is het dan ook essentieel om administratieve gegevens te koppelen met dit soort van prevalentieonderzoeken.
Actuele gegevens zijn noodzakelijk
Intussen is het meer dan tien jaar geleden dat er voor het laatst een groot prevalentieonderzoek naar gendergerelateerd geweld in België werd uitgevoerd. Het eerste Europese onderzoek naar geweld tegen vrouwen werd in 2014 uitgevoerd door het Fundamental Rights Agency van de Europese Unie (FRA). Daarvoor had het Instituut in 2010 een nationaal onderzoek gedaan naar fysiek, psychologisch en seksueel geweld tegen vrouwen en mannen. Artikel 11 van het Verdrag van Istanbul, dat door België werd geratificeerd, verplicht de verdragsluitende staten om regelmatig statistische gegevens en studies over geweld tegen vrouwen te produceren. Het beveelt met name onderzoeken onder de bevolking aan ‘om de omvang en de ontwikkelingen vast te stellen’ 2 van de vormen van geweld die onder de reikwijdte van het Verdrag vallen. De EU-GBV-enquête kwam dus op het juiste moment. Idealiter kan ze regelmatig opnieuw worden uitgevoerd, zodat erlongitudinaal onderzoek kan worden gedaan en ook de evolutie van gendergerelateerd geweld in België beter kan worden opgevolgd.
Belang van naar geslacht uitgesplitste gegevens
De EU-GBV-enquête voorzag aanvankelijk om alleen vrouwen te bevragen. België heeft er echter voor gekozen om ook gegevens bij mannen te verzamelen, een keuze die op de volledige steun van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen kan rekenen. Op basis van gegevens over de ervaringen met geweld van zowel vrouwen als mannen wordt de genderdimensie ervan immers (nog) duidelijker.3 Zo blijkt uit het hoofdstuk over partnergeweld in dit rapport dat een vergelijkbaar percentage mannen en vrouwen aangeeft minstens één keer in hun leven het slachtoffer te zijn geweest van geweld door een partner. De resultaten van het onderzoek laten echter ook belangrijke verschillen zien: mannen melden vooral losstaande gevallen van psychologisch geweld, terwijl vrouwen vaker te maken krijgen met meerdere vormen van geweld (psychologisch, fysiek en seksueel) die zich in de loop van de tijd herhalen. Om een grondig inzicht te verwerven in gendergerelateerd geweld is het dus van cruciaal belang om over naar geslacht uitgesplitste gegevens te beschikken: alleen zo kunnen de omvang, de mechanismen en vooral de structureel gendergerelateerde aard ervan volledig in kaart gebracht worden.
Waarom een uitgebreid rapport?
In april 2024 brachten het Institut wallon de l’évaluation, de la prospective et de la statistique (IWEPS), Vlaanderen Statistiek, en het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (IBSA) een rapport uit met de belangrijkste cijfers van de EU-GBV-enquête in België.4
Het Instituut wil deze eerste publicatie verder aanvullen met meer diepgaand onderzoek. Het doel daarbij was om aspecten te belichten die in het onderzoek aan bod kwamen maar nog niet werden gepubliceerd, zoals de psychologische, fysieke en sociaaleconomische gevolgen van geweld, de zoektocht naar hulp, de belemmeringen voor het indienen van een klacht en de perceptie van de politiediensten. Dit rapport bevat aldus resultaten van het IWEPS-rapport en voegt er nieuwe statistieken en analyses van groepsgesprekken met professionals uit het werkveld aan toe om de cijfers te verrijken met de realiteit op het terrein.
Op gegevens gebaseerd beleid
Om doeltreffend te zijn dient overheidsbeleid op solide gegevens gebaseerd te zijn. Het gebruik van naar geslacht uitgesplitste gegevens helpt om beleid te ontwikkelen datrechtvaardiger, doelgerichter en beter op de realiteit is afgestemd. De resultaten in dit rapport vormen dan ook een waardevolle basis om de aanpak van gendergerelateerd geweld te versterken. Op basis daarvan heeft het Instituut een aantal beleidsaanbevelingen geformuleerd – terug te vinden op onze website – in de hoop dat deze analyses en voorstellen zullen bijdragen tot ambitieuze, duurzame acties waarbij de reële noden van de slachtoffers van gendergerelateerd geweld centraal staan.