Nederland kende een lange periode van oplopende criminaliteitscijfers, gevolgd door een van de meest opvallende dalingen in West-Europa. Wie vandaag in Nederland woont, leeft statistisch gezien veiliger dan in de jaren negentig. Maar de aard van criminaliteit verandert: vermogensmisdrijven dalen terwijl drugsgerelateerd geweld en ondermijning structurele problemen vormen.
Dit rapport brengt vijf decennia criminaliteitsstatistiek in kaart, van geregistreerde aangiftes en rechtszaken tot de samenstelling van de gedetineerdenpopulatie en demografische kenmerken van daders. Alle gegevens zijn ontleend aan officiële bronnen: CBS, WODC, Openbaar Ministerie, Rechtspraak.nl en de Dienst Justitiële Inrichtingen.
1. Geregistreerde criminaliteit: 50 jaar in vogelvlucht
Het CBS registreert misdrijven al sinds 1948. Vanaf de vroege jaren zestig steeg de criminaliteit sterk: van circa 13 misdrijven per 1.000 inwoners in 1960 naar een historisch hoogtepunt van 93 per 1.000 inwoners in 2001–2002. Daarna volgde een spectaculaire, aanhoudende daling. In 2024 registreerde de politie 812.000 misdrijven, wat neerkomt op 45 per 1.000 inwoners — vergelijkbaar met het niveau van 1980.
Bijna 60% van alle misdrijven betreft vermogenscriminaliteit: diefstal, oplichting en fraude. Het aantal woninginbraken daalde spectaculair: van 71.000 in 2014 naar 22.000 in 2024. Geweldsmisdrijven (inclusief seksueel geweld) bedroegen in 2024 zo’n 78.000 gevallen — een lichte stijging ten opzichte van 2023.
2. Delictensamenstelling
De mix van delicten verschoof aanzienlijk over vijf decennia. Vermogensdelicten domineren nog altijd, maar hun aandeel daalt. Drugs- en wapenmisdrijven en misdrijven gerelateerd aan georganiseerde criminaliteit worden proportioneel zwaarder in het totaalplaatje.
3. Van aangifte tot rechtszaal
Niet elk geregistreerd misdrijf leidt tot een vervolging. Het Openbaar Ministerie (OM) stroomde in 2022 in totaal meer dan 300.000 strafzaken in (misdrijven en overtredingen), waarvan 179.600 nieuwe misdrijfzaken. In vergelijking: in 2012 waren dit er nog 213.000 — een daling van bijna 16%. In 2023 daalde de instroom licht met enkele procenten tegenover 2022.