Erwtensoep in augustus

Erwtensoep in augustus

Kees Opmeer | 2007 | 9789066658912
6,95
Abonneeprijs: 2,78

Omschrijving

Nederland is een van de rijkste landen ter wereld. Toch leven in ons land 430.000 kinderen en jongeren onder de armoedegrens. Dat is een op de zeven kinderen, ongeveer vier in elke klas. Dat aantal neemt nog elk jaar toe.

Leven onder de armoedegrens betekent rondkomen van een bedrag dat ligt onder het minimuminkomen dat door de politiek is vastgesteld.

 

Wat betekent het voor kinderen en jongeren om in armoede te leven? Hoe groeien zij op? Wat stellen wij ons daar eigenlijk bij voor? Wie niet zelf die schrijnende, alledaagse werkelijkheid kent, kan zich hier bijna geen voorstelling van maken.

Opgroeien in armoede betekent minder kansen op een goede toekomst. Kinderen kunnen niet meedoen[1] aan de samenleving zoals de meeste kinderen. Meedoen is meer dan te eten hebben en een dak boven je hoofd. Het is ook lid zijn van een sportvereniging, sinterklaas vieren, naar een feestje of de film kunnen gaan, meepraten over vakantie.

Armoede in Nederland betekent ook dat kinderen met honger naar bed gaan, dat ze in tweedehands kleren moeten rondlopen en dat ze ’s winters in de kou zitten.

 

Het is lastig de gevolgen van armoede voor kinderen bespreekbaar te maken in ons land. Schamen we ons? Denken we dat het wel meevalt? Geloven we niet dat armoede voorkomt in ons welvarende land?

Om de alledaagse werkelijkheid achter de kille cijfers te kunnen laten zien, hebben we het initiatief genomen tot dit boek. We hebben Kees Opmeer, jeugdboekenschrijver, gevraagd met vijftien kinderen in gesprek te gaan en hun verhaal op te tekenen. Het zijn vijftien prachtige levensportretten geworden van kinderen en jongeren die opgroeien in arme gezinnen.

 

De verhalen bieden vaak een indringende kijk in de belevingswereld van het kind; wat armoede doet met hun dagelijkse leven, hun dromen en verwachtingen. Het lijkt soms wel fantasie. Alsof Kees Opmeer een geromantiseerd beeld wil neerzetten waar je een brok van in je keel krijgt, maar het zijn de feiten. Alle verhalen zijn gestoeld op de werkelijkheid, opgetekend uit de monden van kinderen uit het hele land. Acht kinderen komen uit Drentse gezinnen en zeven uit diverse plaatsen door heel Nederland. Allemaal hebben zij hun eigen verhaal voor publicatie mogen lezen en van commentaar voorzien, hun ‘beste’ foto mogen kiezen. Ontzettend bedankt voor alle medewerking, jullie allemaal en jullie ouders. Het is niet zomaar iets om aan dit project mee te werken, het getuigt van moed en trots.

 

Voor deze vijftien moedige jeugdigen en die meer dan vierhonderdduizend anderen hoop ik dat we met dit boek velen in ons welvarend land wakker schudden. Men moet zich realiseren dat het zo niet langer kan. Wij, samenleving, overheid, politiek moeten iets doen, onze verantwoordelijkheid nemen, zodat alle kinderen en jongeren dezelfde kansen krijgen, ongeacht hun financiële situatie.

 

[1] Doen en meedoen is de titel van een rapport van de Denktank armoedebestrijding (2004) o.l.v. Ank Bijleveld in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het rapport bevat uitstekende aanbevelingen voor de politiek om de participatie van kinderen uit arme gezinnen te vergroten. Deze aanbevelingen kunnen nog wel een stevige impuls gebruiken.