De Nederlandse jeugd beschouwt zichzelf als één van de gelukkigste van Europa. Anderzijds geven veel jongeren aan te kampen met mentale gezondheidsproblemen. De nasleep van de coronamaatregelen speelt hierbij een rol, maar ook prestatiedruk (bijvoorbeeld in het onderwijs), de druk vanuit social media en zorgen over de toekomst (huisvesting, klimaat, bestaanszekerheid) veroorzaken onzekere, angstige of zelfs depressieve gevoelens. En die komen in alle lagen van de bevolking voor.
Hoe moeten we hier nu mee omgaan? Politiek en maatschappij zijn het er over eens dat de basiscondities voor gezinnen op orde moeten zijn: bestaanszekerheid, zo min mogelijk gezondheidsverschillen, kansengelijkheid, veiligheid, een leefbare wijk.
Deze trends maken duidelijk waar verbetering nodig is:
• Aan het begin van deze eeuw maakte 1 op de 27 jeugdigen onder de 18 jaar gebruik van jeugdzorg. Dat steeg al snel naar 1 op de 10 in 2015 en 1 op de 7,5 op dit moment.1
• De uitgaven van de jeugdzorg zijn flink gestegen (ook door stevige administratieve lasten).2 In 2019 werd circa €1,9 mld. meer uitgegeven dan in 2015.3 Dit is een stijging van zo’n 50%.4
• Landelijk is het aantal jongeren met jeugdzorg met 23% gestegen tussen 2015 en 2022.5 Jeugdigen zitten langer in jeugdzorg.
• De gemiddelde trajectduur is in 2021 ten opzichte van 2015 met 35% gestegen bij jeugdhulp zonder verblijf.6
• We zien een stijging in vraag en aanbod van individuele ambulante hulp.
• Sinds 2015 zijn er 1.500 nieuwe jeugdhulpaanbieders bijgekomen.7
• Wachtlijsten groeien.
Die trends hebben we geanalyseerd. Voor een deel hangen deze samen met ontwikkelingen in de jeugdzorg zelf. Maar voor een groot deel hangen deze samen met veranderingen in de maatschappelijke context en in aanpalende domeinen als het onderwijs (mede in verband met de prestatiedruk), de volwassenenzorg, veiligheid en de sociale zekerheid. Deze constatering dient vertaling te krijgen in de aanpak.
Binnen de jeugdzorg is de marktwerking doorgeschoten, waardoor het zorglandschap niet meer overzichtelijk is en de noodzakelijke samenwerking moeilijker is geworden. Administratieve lasten zijn hoog. Tegelijkertijd schort het aan passende en beschikbare zorg voor de meest kwetsbare kinderen, bijvoorbeeld kinderen met een beschermingsmaatregel, met ernstige psychiatrische problematiek of met een beperking of chronische aandoening.