Wat gebeurt er als sociaal werk verschil maakt, maar dit verschil niet te zien is in de cijfers? Stoppen we er dan mee? Of durven we samen te kijken naar de in de cijfers niet zichtbare en soms onverwachte of onbedoelde impact van het werk? Impactonderzoek dat werkt helpt bij het beantwoorden van dit soort vragen.
Het gaat verder dan traditionele evaluaties en vraagt een reflexieve praktijk waarin gemeenten, uitvoerders in het sociaal domein en onderzoekers samenwerken. In dit artikel geven we hiervan twee voorbeelden en laten we zien hoe we de impact van het sociaal werk inzichtelijk maken op een manier die past bij de praktijk, en die bovendien ondersteunend is aan het verbeteren ervan.
Impact van sociaal werk: wat bedoelen we daarmee?
Impact van sociaal werk is te definiëren als alle veranderingen – verwacht en onverwacht, bedoeld en onbedoeld, positief en negatief – die ontstaan als gevolg van een sociaalwerkpraktijk (De Waele et al., 2022; Ebrahim, 2019). Een voorbeeld van een sociaalwerkpraktijk is het werk van opbouwwerkers die ontmoetingen en verbindingen tussen bewoners faciliteren. Andere voorbeelden zijn de begeleiding aan jeugd en gezinnen vanuit wijkteams en de ondersteuning van mensen met mentale gezondheidsproblemen.
Ook het stimuleren van bewoners in een straat om elkaar af en toe te helpen, zodat bijvoorbeeld ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, is een voorbeeld van een sociaalwerkpraktijk.
Onverwachte of onbedoelde impact is ook impact
De voorbeelden van sociaalwerkpraktijken zoals hierboven hebben iets gemeenschappelijks. De impact ervan is vaak niet vast te leggen in cijfers en soms ook anders dan vooraf verwacht. Dit zagen we bijvoorbeeld in een verkennend onderzoek naar de impact van een VR-game gericht op het verminderen van wapenbezit onder jongeren. De impact van die VR-game lijkt vooral terecht te komen bij docenten in plaats van bij de jongeren zelf (Van der Ent & Hermens, 2024).
De docenten die Van der Ent en Hermens (2024) interviewden vertelden dat ze erbij waren toen de leerlingen de VR-game speelden, en dat zij zich vervolgens meer bewust zijn geworden van het probleem van wapenbezit onder hun leerlingen.
Bovendien, zo vertelden zij, spraken zij vervolgens vaker met collega’s over het onderwerp en letten zij er nu beter op in de klas. Hoewel het oorspronkelijke doel – meer bewustzijn onder leerlingen over de risico’s van het dragen van een mes – niet merkbaar is bereikt, is het hier de vraag of de VR-game niet toch succesvol is. Het heeft immers wel een andere positieve verandering in gang gezet. Bij impactonderzoek dat werkt in het sociaal werk gaat het om het gesprek over dit soort vragen.