Het sociaal domein vraagt al jaren om verandering. Toch blijft vernieuwing vaak steken in de pilotfase en blijft grootschalige verandering uit. Twee voorbeelden — het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming2 en Het Bouwdepot3 — laten zien hoe we uit de planmatige kramp komen en echte transitie mogelijk maken zodat het sociaal domein zo goed mogelijk de mensen ondersteunt voor wie het bestaat.
De paradox van urgentie
Wie werkt in het sociaal domein weet: de problemen zijn groot, hardnekkig en vaak schrijnend. We zien een stijgende zorgvraag, overbelaste professionals, systemen die mensen die al worstelen nóg meer belasten, en vormen van controle die diep ingrijpen — denk aan de problemen in de jeugdbescherming, schuldenproblematiek of het toeslagenschandaal.
Tien jaar geleden heette het nog ‘transitie’, daarna ‘transformatie’, maar ondanks alle wetswijzigingen, programma’s, akkoorden en pilots ervaren professionals meestal alleen maar hogere werkdruk, neemt de complexiteit toe en blijven de maatschappelijke kosten stijgen. De zogenaamde ‘transitie’ in 2015 ambieerde om meer maatwerk dichterbij mensen te kunnen leveren, maar veel professionals ervaren dat hun autonomie eerder is gekrompen dan gegroeid.
Het sociaal domein zit in een lock-in: dezelfde uitkomsten worden gereproduceerd doordat bij pogingen tot vernieuwing wordt voortgebouwd op de bestaande logica (kaders, cultuur, denkpatronen, organisatiestructuren) van een systeem dat al vastzit.
Het lijkt er dan ook sterk op dat juist de urgentie en wens om te 'transformeren' vooral heeft geleid tot meer planmatige controle en meer risicobeheersing. De breed gevoelde urgentie voor verandering lijkt zich te vertalen in meer van hetzelfde. Vanuit een cultuur van wantrouwen worden professionals gestimuleerd zich achter procedures te verschuilen, met als gevolg dat kwetsbare mensen worden overbelast.
Dit leidt tot een systeem waarin de kans op falen toeneemt en de kosten structureel stijgen. Zo is er in de kind- en gezinsbescherming een ‘estafettemodel’ ontstaan, waarbij elke partij in de keten casuïstiek doorgeeft aan de volgende, die weer eigen onderzoek en hulpverleners inzet. Huishoudens krijgen hierdoor vele gezichten over de vloer om te bepalen wat nodig is, met als gevolg dat de daadwerkelijke inzet van effectieve hulp vaak lang op zich laat wachten terwijl de onveiligheid in het gezin toeneemt. Het beloofde maatwerk van de Jeugdwet door dichter bij gezinnen te gaan staan, is ver te zoeken. Ook op het gebied van bestaanszekerheid speelt er lock-in. Systemen rondom uitkeringen, toeslagen en huisvesting benaderen mensen vanuit wantrouwen en controledrang.