In veel organisaties in de jeugdzorg is inmiddels een nieuwe generatie ervaringsdeskundigen actief: ouders en jongeren die hun eigen geschiedenis hebben doorleefd en deze ervaringen omzetten in bruikbare kennis voor beleid en praktijk.
Een van hen is Sjoek de Vries, een moeder die jarenlang met haar gezin door de jeugd-ggz bewoog. In dat landschap zag zij hoe snel systemen inzoomen op het kind, met behandelpaden, protocollen en trainingen, terwijl het gezin als geheel vaak buiten beeld bleef. Wat Sjoek onderscheidt, is niet alleen haar persoonlijke verhaal, maar vooral de manier waarop zij dat heeft vertaald naar haar werk: eerst dertien jaar als onafhankelijk vertrouwenspersoon voor jongeren en ouders, later als ervaringsdeskundige in netwerken als Zebra. Daar, aan overlegtafels en in casusbesprekingen, leerde zij het onderscheid tussen ikkennis en wijkennis, tussen haar eigen verhaal en de bredere patronen en uitzonderingen die zichtbaar worden over veel gezinnen heen. Niet: ‘mijn verhaal ís de waarheid’, maar: ‘verschillende verhalen samen helpen om patronen te zien, zodat er bescheidenheid en ruimte is voor alles wat niet in mijn verhaal past’.
De gedeelde verklarende analyse: rode draad, geen blauwdruk
In haar huidige werk kijkt deze ervaringsdeskundige door de bril die binnen Zebra en het Bovenregionaal Expertise Netwerk steeds vaker opgezet wordt: die van de gedeelde verklarende analyse. Dat is geen nieuw etiket voor diagnostiek, maar een gezamenlijke leeroefening waarin ouders, jongeren, hulpverleners en soms onderzoekers samen zoeken naar de oorzaak en verbanden van onbegrepen gedrag: waarom laat dit kind dit gedrag zien, op dit moment, in deze situatie?
Dat vraagt om een brede blik die verder kijkt dan de meest in het oog springende symptomen: naar gezinspatronen, school, prikkelniveau, stressfactoren, ingrijpende gebeurtenissen, trauma’s, temperament, leerstijl én beschermende factoren: de vaak vergeten ‘positieve haakjes’. Diagnoses kunnen daar onderdeel van zijn, maar worden niet langer als hoofdverklaring voor al het gedrag gebruikt. Tijd nemen, verbinden, nieuwsgierig zijn en in contact komen met het hele gezin vormen de kern. Een moeder vertelde over een boswandeling met het hele gezin en een doortastende systeemtherapeut. De therapeut nodigde moeder daarna uit om samen te kijken naar wat zij waarnam in de interactie tussen haar en haar ‘thuiszittende’ zoon met autisme en naar de eigen kwetsbaarheden die zij met zich meedroeg. Na twee jaar, drie gezinstrajecten en een ‘moedertraject’ bleek hulp niet meer nodig en ging haar zoon weer ‘gewoon’ naar het reguliere onderwijs.