De Nederlandse gezondheidszorg is één van de beste ter wereld. We kunnen allemaal – jong, oud, gezond of ziek – rekenen op goede zorg wanneer we die nodig hebben. Daar betaalt iedereen aan mee, via belastingen en de verplichte basiszorgverzekering. Toegang tot betaalbare goede zorg is in ons land een vanzelfsprekendheid, maar blijft dat zo? De kosten van de gezondheidszorg groeien jaar op jaar. Afspraken tussen de overheid en zorgverleners, zorgaanbieders en zorgverzekeraars weten tot dusverre de groei nauwelijks te beteugelen. Inmiddels wordt de zorgsector een ‘koekoeksjong’ genoemd: door de almaar stijgende zorguitgaven komen investeringen in andere belangrijke sectoren en in de oplossing van maatschappelijke vraagstukken serieus in de verdringing.
In de zorgsector werken meer dan een miljoen mensen, en we maken allemaal gebruik van de zorg. De een minder, de ander meer. Ons systeem is gebaseerd op solidariteit, waardoor de zorg voor iedereen toegankelijk en van goede kwaliteit is. Dit mooie systeem staat in toenemende mate onder druk. De vraag naar gezondheidszorg neemt toe in omvang en complexiteit door de toename van chronisch zieken en ouderen. De financiële houdbaarheid van de gezondheidszorg en de arbeidsmarkt in de gezondheidszorg komen hierdoor steeds meer onder druk te staan.
Op het moment van schrijven van dit advies, zitten we midden in de tweede COVID-19-golf. Om zorg te kunnen verlenen aan ernstig zieke COVID-19-patiënten wordt reguliere, nietacute zorg afgeschaald. Zorgverleners en patiënten ervaren dit terecht als heel pijnlijk. Maar ook onder normale omstandigheden ontregelt verdringing van zorg iedere dag opnieuw het systeem. Deze verdringing is niet het gevolg van zorgcapaciteit die elders wordt ingezet, zoals bij de coronacrisis, maar is het gevolg van het leveren van onnodige zorg of van verkeerde inzet van zorg. Dat leidt niet alleen tot verspilling van geld en mankracht, maar ook tot onnodige druk op het systeem. Hier geven we drie concrete voorbeelden van. Ten eerste: dure, gespecialiseerde zorg wordt ingezet als ook kan worden volstaan met eerstelijnszorg.
En op de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) staan patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen die de zorg het hardst nodig hebben, omdat ook mensen met een lichte zorgvraag naar de gespecialiseerde zorg worden verwezen. Voorbeeld twee: zorg wordt voornamelijk op locatie verleend in het ziekenhuis of de huisartsenpraktijk, terwijl ook gebruikgemaakt had kunnen worden van digitale oplossingen als telemonitoring, die ervoor zorgen dat patiënten minder consulten en opnames nodig hebben. Ten derde is er nog de zorg die helemaal niet nodig hoeft te zijn, als meer ingezet zou worden op preventie en het stimuleren van een betere leefstijl en gezondere omgeving. Verspilling klinkt hard, maar in alle drie deze voorbeelden is hier sprake van. Als meer of zwaardere zorg wordt ingezet dan nodig is, dan is dat verspilling die we ons niet langer kunnen en willen veroorloven. Iedereen: zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, overheden en patiënten moeten hierin hun eigen verantwoordelijkheid erkennen en ook gaan nemen.