Van pilot naar praktijk: hoe kennis verder komt

Van pilot naar praktijk: hoe kennis verder komt

Productgroep Sozio 1 2026
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In het sociaal domein houden we van pilots. Ze bieden ruimte om te experimenteren, los van de dagelijkse drukte en regels. Maar wie goed kijkt, ziet ook een ander patroon: na een paar jaar zijn professionals en inwoners enthousiast, liggen er mooie rapporten over (vaak) het succes van de pilot, en verdwijnt vervolgens de inzet van de pilot toch weer geruisloos. Hoe zorg je dat kennis niet verdwijnt in een la, maar daadwerkelijk gaat leiden tot structurele verandering en impact op schaal?

Mariska ziet in haar werk dan ook vaak dat succesvolle pilots onverhoopt stranden: ‘Eigenlijk nergens wordt goed geanticipeerd op borging en schaling. Daardoor valt het na afloop en na evaluatie vaak dood voor de pot.’ Wouter sluit daarbij aan: ‘In het ontwerp van pilots wordt zelden nagedacht over de randvoorwaarden voor schaling na de pilotfase. Het gevolg is dat pilots vaak eindigen als losse experimenten zonder vervolg.’ Professionals raken teleurgesteld: ze hebben energie gestoken in iets wat niet beklijft. Bestuurders kunnen ondertussen zeggen dat er ‘iets’ geprobeerd is, maar echte verandering blijft uit. ‘Je creëert je eigen ongeluk’, zegt Mariska. 
‘Medewerkers gaan er vol enthousiasme in, boeken succes, maar daarna valt het stil.’ Veel pilots spelen zich af in wat Wouter een ‘regelvrije zone’ noemt. ‘Dat is een van de voordelen: je kunt bijvoorbeeld tijdelijk dingen doen die volgens de bestaande regels eigenlijk niet mogen of niet handig zijn. Je kunt bijvoorbeeld sneller schakelen, andere rollen uitproberen of met andere partijen samenwerken dan normaal.’ Maar precies daar zit ook een grote valkuil, volgens Mariska. Zo kent ze diverse gemeenten die stevig moeten bezuinigen op Wmo en jeugdzorg. Een van deze gemeenten wil voorzieningen collectiveren als algemene voorziening in het voorveld. ‘Op zich een begrijpelijke beweging’, volgens Mariska. Het probleem volgens haar is echter dat een deel van de voorzieningen niet past in de huidige Wmoverordening en aanbesteding. 
Een pilot in een aantal wijken wordt vanuit de gemeente daarom als aantrekkelijk gezien en daar organiseert men dan ook nog wel de experimenteerruimte voor. De keerzijde is echter dat een welzijnsorganisatie daar dan ook organisatorisch op moet anticiperen, dat welzijnsmedewerkers met inwoners aan de slag gaan en dat het tegelijkertijd onzeker is of het juridisch en financieel schaalbaar en op de lange termijn houdbaar is. Met kans op organisatorische risico’s, maar vooral ook teleurstelling bij professionals én inwoners. ‘Na de pilot moeten resultaten geïmplementeerd worden in een ongewijzigde structuur. Dan loop je vast. De wet is niet aangepast, de verordening niet, de aanbesteding of subsidiecontext niet. Dan hoor je: ‘Ja, in de pilot kon het wel, maar nu moet er eerst een bredere politieke afweging volgen.’ ‘Die kost veel tijd’, aldus Mariska. Wouter vult aan: ‘En dat zorgt voor teleurstelling, want ondertussen is wel de indruk ]gewekt dat het prima zou kunnen.’