Het is een mooi voorbeeld van wijzen naar iets of iemand anders, ook wel ‘externe attributie’: het systeem de schuld geven. Dat systeem zegt immers toch niets terug. Het systeem is groot, ingewikkeld en kent vele ingangen, uitgangen en factoren. Aan welke knoppen kun je draaien en wie neemt verantwoordelijkheid voor de gevolgen? Is het ooit af?
In 1972 verscheen Grenzen aan de groei van hoofdauteur Donella Meadows (1941-2001). Wat we tegenwoordig in de grote maatschappelijke discussies terugvinden aan problemen, tegenstellingen en oplossingen is daar al te zien. Er werd vooral de relatie tussen klimaat en economische groei gelegd. Meadows werd een gerespecteerd spreker en auteur over systemen. Na haar overlijden verscheen postuum Thinking in systems (2008) dat een goed overzicht geeft van hoe zij naar systemen keek en vooral: wat we ermee kunnen.
Binnen onderwijs en jeugdhulp kennen we ook deze systeemdiscussies. Het is een bijna ritueel onderdeel van de vele overlegtafels die je in die wereld kunt vinden. Op het moment dat het te groot en te ingewikkeld wordt, wijst de tafel naar ‘het systeem’. Het systeem krijgt de schuld en iedereen is weer even gerustgesteld. En verdoofd.
Systemen in onderwijs en jeugdhulp
Neem schooluitval. De oppervlakkige reactie bij de gebeurtenis ‘uitval’ is: zo snel mogelijk terug naar school. Als dat niet gemakkelijk lukt ontstaat er een opvangfaciliteit voor uitvallers. Zo ontstaat langzaam een systeem rond uitval waarbij elk onderdeel van dat systeem zijn eigen bijdrage heeft aan de instandhouding van dat systeem. De oplossing werd het nieuwe probleem. Uiteindelijk doet iedereen zijn best terwijl de aantallen blijven groeien.
Of vroege selectie in scholen: in de kern het antwoord op een behoefte om onzekerheid in loopbanen uit te sluiten. Dat lukt ook goed; er is een functionerend systeem ontwikkeld waarmee we al vroeg kinderen in stromen kunnen rangschikken. Een prachtig discriminerend systeem. We weten echter ook dat het de kansen beïnvloedt: eenmaal in een stroom is het maar moeilijk om daar uit los te komen. Meet het systeem dan de bedoeling van het systeem (voorspelbare loopbanen) of de mate waarin kinderen zich naar vermogen konden ontwikkelen?