Waar kennis elkaar ontmoet: Hoe taal de praktijk van de sociale zekerheid vormt

Waar kennis elkaar ontmoet: Hoe taal de praktijk van de sociale zekerheid vormt

Productgroep Sozio 1 2026
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In een trainingszaal liggen drie cirkels op de grond, als uitnodiging voor medewerkers om zich te positioneren: bij praktijkkennis, wetenschappelijke kennis of ervaringskennis, of misschien iets daartussenin.

In organisaties zoals Movisie, waar onderzoek, praktijk en leefwereld elkaar kruisen, bestaan vaak meerdere bronnen van kennis: de kennis uit onderzoek (wetenschappelijke kennis), de kennis van professionals in de praktijk (bij Movisie en in dit artikel gebruiken we praktijkkennis) én de kennis die voortkomt uit levenservaring (ervaringskennis). Deze bronnen werken meestal naast elkaar, maar zelden écht mét elkaar. Een grensontmoeting — een ontmoeting tussen verschillende kennisbronnen — laat zien hoe waardevol zo’n dialoog kan zijn.
Zo begint de grensontmoeting, waarbij sommige medewerkers strak in een cirkel staan, de wetenschap of de praktijk. Anderen zetten hun beide benen in twee cirkels – ze voelen zich tegelijk thuis in wetenschappelijke kennis en in de praktijk. Een deelnemer met onderzoeksachtergrond zei: ‘Onderzoek zet dingen in beweging — soms simpelweg omdat mensen het gevoel hebben dat iets “evidencebased” moet zijn. Maar bewijs is nooit waardevrij: het leeft alleen in een sociale werkelijkheid.’ Of zoals een praktijkwerker verwoordde: ‘Mijn werk draait om mensen, niet om modellen. Wat op papier klopt, kan in het echte leven alsnog totaal anders uitpakken.’
De groep met ervaringskennis – personen wiens kennis geworteld is in persoonlijke ervaringen – valt op: hun kennis zit niet in boeken of methoden, maar in hun eigen levensverhaal en in die van anderen, verweven met wie ze zijn.

Botsing van perspectieven
En dat schept spanning. Want in de organisatiestructuur, in hoe projectvoorstellen geschreven worden, in hoe beleid vorm krijgt, lijkt de cirkel van wetenschap net iets groter te zijn. De ‘officiële’ bronnen – onderzoeken, data, vakliteratuur – lijken zwaarder te wegen dan wat je ‘gewoon hebt meegemaakt’. Tijdens de grensontmoeting wordt dat voelbaar. Zoals een ervaringsdeskundige het verwoordt: ‘Ik spreek niet vanuit boeken of rapporten.
Ik spreek vanuit ervaringen, maar dat maakt mijn kennis niet minder waard — alleen anders.’ Ook veel praktijkwerkers ervaren dat hun kennis lager wordt gewaardeerd dan wetenschap. ‘Soms voelt het alsof mijn jarenlange ervaring slechts voetnoten zijn bij het “echte” bewijs.’ Dat illustreert hoe praktijkkennis vaak minder zwaar telt dan wetenschappelijke kennis — ook al is ze onmisbaar om beleid en interventies ‘werkbaar’ en passend te maken.
Gescheiden werelden?
De drie werelden — praktijk, wetenschap, ervaring — zijn vaak gescheiden. Ze spreken andere talen, hanteren andere normen, en hun waardering is niet gelijk. Dat verschil maakt samenwerking lastig, kwetsbaar, onzeker. Hoewel ervaringskennis veel toevoegt, voelen ervaringsdeskundigen soms remmingen: ‘In sommige overleggen durf ik nauwelijks in te haken. Je voelt dat jouw manier van weten niet vanzelfsprekend wordt gezien als kennis.’ Terwijl hun aanwezigheid essentieel is: ervaringskennis brengt empathie, scherpte en realisme die anders ontbreken.