De cijfers zijn al jaren bekend, maar de oplossing blijft achter. In Nederland komt bijna de helft van de ex-gedetineerden binnen twee jaar opnieuw in aanraking met justitie. Bij mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) ligt dit percentage nog hoger. De vraag is dan ook niet óf het anders moet, maar hoe. De praktijk laat zien dat een cruciale factor vaak ontbreekt: begeleiding die aansluit bij de leefwereld van deze doelgroep.
Een structureel onderschat probleem
Op basis van screeningsonderzoek (Kaal, 2016) wordt geschat dat 30 tot 40% van de gedetineerden kenmerken heeft van een licht verstandelijke beperking. Toch blijft deze problematiek in veel gevallen onopgemerkt of onvoldoende erkend. Dat heeft directe gevolgen voor de fase na detentie.
Van ex-gedetineerden wordt verwacht dat zij zelfstandig hun leven opnieuw inrichten. Juist voor mensen met een lvb blijkt dit bijzonder ingewikkeld. Zij lopen vast in complexe regelgeving, missen overzicht, hebben beperkte probleemoplossende vaardigheden en zijn vaak sterk beïnvloedbaar. Wat in beleid regelmatig wordt gezien als onwil, blijkt in de praktijk vaak onvermogen.
De kostbare cyclus van terugval
De gevolgen zijn groot. Voor de persoon zelf en voor de maatschappij. Tegelijkertijd laat de maatschappelijke businesscase van Overvest en Dock4 (2018) zien dat een integrale aanpak voor gedetineerden met een lvb naar verwachting leidt tot minder recidive en lagere maatschappelijke kosten. De conclusie is duidelijk: de grootste winst ligt niet in zwaardere interventies, maar in betere en meer passende begeleiding.
De kloof tussen systeem en leefwereld
Een belangrijke oorzaak van terugval ligt in de wijze waarop ondersteuning is ingericht. Huidige systemen gaan uit van zelfredzaamheid, eigen regie en het vermogen om complexe processen te overzien. Voor mensen met een lvb is dat vaak niet realistisch. Hierdoor ontstaat een fundamentele kloof. Systemen communiceren abstract en complex, terwijl mensen met een licht verstandelijke beperking juist concreet en praktisch denken. Verwachtingen sluiten niet aan op vaardigheden. Het gevolg is dat mensen afhaken, zorg mijden of verkeerde keuzes maken, met alle gevolgen van dien.
Een andere benadering: continuïteit en vertrouwen
Om deze kloof te overbruggen is een andere aanpak nodig. Niet gericht op losse interventies, maar op duurzame begeleiding met één vast aanspreekpunt.
Binnen de aanpak van ‘LeefMEE’ speelt de levensloopconsulent een belangrijke rol: een professional die naast de (ex-)gedetineerde staat, al tijdens detentie betrokken kan zijn en een vertrouwensband opbouwt. De levensloopconsulent ondersteunt op meerdere leefgebieden en vertaalt complexe systemen naar begrijpelijke stappen. Juist die combinatie van nabijheid, continuïteit en praktische begeleiding maakt het verschil.