Welke kennis telt, en wie bepaalt dat?

Welke kennis telt, en wie bepaalt dat?

Productgroep Sozio 1 2026
Roos Slegers | 2026
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In het sociaal domein wordt veel kennis geproduceerd en gebruikt. Rapporten, protocollen, richtlijnen en indicatoren spelen een belangrijke rol in beleid, sturing en verantwoording. Deze vormen van kennis zijn essentieel en hebben elk hun eigen waarde. Maar ze vertellen niet het hele verhaal.

Een groot deel van wat professionals weten en doen, laat zich niet eenvoudig vastleggen of formaliseren. Welke kennis telt, en wat erkennen we eigenlijk als kennis? Sommige vormen van weten genieten vanzelfsprekend aanzien, terwijl andere structureel worden onderschat. In dit artikel gebruik ik de ideeën van William James en Henri Bergson om anders naar kennis te kijken.

Doorvoelde kennis
Soms loopt een gesprek anders dan gepland. Aan de hand van wat de cliënt vertelt kun je de formulieren helder invullen, maar toch voel je dat er iets belangrijks onuitgesproken blijft. Je wacht, laat een stilte vallen of zegt juist iets bemoedigends. Dan verschuift er iets in het gesprek en je weet: nu raken we aan de kern van het probleem. Achteraf is dit moment vaak lastig te beschrijven, omdat het niet te vangen is in protocollen of regels. Misschien zeg je dat je je gevoel gevolgd hebt, of dat je je intuïtie hebt gebruikt. Dat klinkt al snel wat vaag of ‘soft’, terwijl juist dit ogenblik in het gesprek het verschil maakte. 
Als professional weet je dat je handelen hier niet willekeurig was, maar voortkwam uit ervaring, aandacht en nabijheid. Tegelijkertijd weet je ook hoe moeilijk het is om dit soort kennis te laten meetellen, juist omdat zij ontsnapt aan de taal en formats van vastgelegde procedures. We noemen dit soort kennis: ‘doorvoelde kennis’.
Wie werkt in het sociaal domein weet dat veel beslissingen niet worden genomen op basis van vooraf vaststaande regels, maar in het moment zelf. Doorvoelde kennis ontstaat in contact met de ander, tijdens het gesprek. Je weet vaak al welke regels van toepassing zijn, maar hoe je die regels toepast, wordt pas duidelijk wanneer de situatie zich in alle concreetheid aandient. Er bestaat altijd een spanning tussen abstracte procedures en de rommelige werkelijkheid waarop zij moeten worden toegepast.

Sommige situaties liggen dichter bij de standaard waarop regels zijn gebaseerd, maar elke situatie betreft andere mensen en is daarom uniek. Als professional sta je voor de opgave om gestandaardiseerde kennis uit procedures en protocollen te vertalen naar mensen die zelf nooit ‘standaard’ zijn. In deze vertaalslag doe je een beroep op ervaring. Door talloze ontmoetingen heb je leren onderscheiden wat er in een specifieke situatie toe doet, waar je op moet letten en welke signalen betekenisvol zijn.