Zinvolle detentie gaat niet over grote systeemveranderingen, maar over dagelijkse keuzes. Over hoe professionals omgaan met mensen, hoe leiders ruimte geven en hoe organisaties hun bedoeling levend houden. Want juist als niets fout mag gaan, is het van belang te blijven leren, bewegen en doen wat de bedoeling is.
Ontwikkelen in een omgeving waarin niets fout mag gaan
Stel je een omgeving voor waarin niets fout mag gaan. Waar incidenten direct politieke en maatschappelijke gevolgen kunnen hebben. Wat gebeurt er dan? In veel gevallen gebeurt hetzelfde: regels stapelen zich op, controle neemt toe en professionals worden voorzichtiger. Begrijpelijk – maar ook risicovol.
Want waar het draait om het voorkomen van fouten, verdwijnt vaak de ruimte om te leren, te ontwikkelen en echt verschil te maken. Dat spanningsveld vormt het vertrekpunt van een verhaal over zinvolle detentie: in mijn boek Veranderen achter gesloten deuren beschrijf ik mijn ervaringen in de zoektocht naar balans tussen veiligheid en menselijkheid, tussen regels en ruimte. Dit verhaal speelt zich af in de gevangenis, maar is net zo relevant voor het bredere sociale domein. Want juist waar het complex is en waar belangen botsen, komt het aan op vakmanschap, menselijkheid en moed.
Vanuit die overtuiging bouwden we stap voor stap aan een ontwikkelprogramma waarin drie sporen samenkwamen:
• ontwikkeling van gedetineerden: werken aan herstel, verantwoordelijkheid en perspectief;
• ontwikkeling van medewerkers: ruimte geven aan vakmanschap, waardoor werkplezier en betrokkenheid groeien;
• ontwikkeling van de organisatie: bouwen aan maatschappelijke meerwaarde en toekomstbestendigheid.
Het was geen eenvoudig proces. Vernieuwing in een omgeving waarin niets fout mag gaan vraagt doorzettingsvermogen en het lef om de ruimte in de regels te zoeken.
In mijn werk spreek ik liever over ontwikkelen dan over veranderen. Mensen willen niet veranderd wórden – ze willen groeien. Ontwikkelen is een gezamenlijke beweging, geen project met een start en einddatum. Die beweging is hard nodig.
Maatschappelijke verwachtingen veranderen, inzichten over resocialisatie groeien en de druk op vakmensen neemt toe. Ontwikkelen is dus geen luxe, maar een voorwaarde om relevant en menselijk te blijven. Ontwikkeling begint bij leiderschap dat ruimte schept. Leiders die sturen op het waarom en wat, en het hoe overlaten aan hun professionals. Omdat ze weten dat vertrouwen meer oplevert dan controle. Het mooiste aan werken met professionals vind ik hun vakmanschap: kennis, ervaring, intuïtie. Zij weten wat er nodig is om het goede te doen. Maar dat kan alleen als er ruimte is om te handelen, te leren en soms af te wijken. Ruimte om verschil te maken. Vakmanschap vraagt vertrouwen. Als medewerkers ruimte krijgen om hun werk goed te doen, stijgen motivatie, kwaliteit en trots. Dat is niet alleen waardevol voor henzelf, maar voor de hele organisatie – en uiteindelijk voor de samenleving.