Grondslagen SPH

Grondslagen SPH

Omschrijving

Bronnen en nawerk

Bronnen en nawerk

Bronnen en nawerk

Meer info
2,20
Grondslagen SPH (Complete uitgave)

Grondslagen SPH (Complete uitgave)

Het boek Grondslagen SPH is het eerste boek uit een nieuwe serie 'Competent sociaal pedagogisch hulpverlenen'.
In dit deel van de serie wordt een duidelijk beroepsbeeld SPH neergezet, zoals beschreven in het Landelijk Opleidingsprofiel SPH De creatieve professional. Dit beroepsbeeld wordt geconcretiseerd door een omschrijving van de beroepsmethodiek, die normatief-ethische, systeemtheoretische-, muzisch-agogische- en cognitief-gedragsmatige elementen bevat.

De drie hoofdcompenties uit: 'De creatieve professional', 'De hulp- en dienstverlening aan en ten behoeve van cliënten',, 'Het werken binnen en vanuit een zorginstelling of hulpverleningsorganisatie' en 'het werken aan professionalisering', worden per taakgebied uitgesplitst in bij de competentie horende kwalificaties en daarvan af te leiden deelkwalificaties.

Vervolgens worden de methoden om die (deel)kwalificaties te kunnen behalen benoemd. Deze methoden zijn gekozen op basis van de beroepsmethodiek. Daarnaast worden, vanuit de agogische basismethodiek, basiskwalificaties en methoden om die te behalen beschreven.

Er zijn checklisten die dienen om, zowel zelfstandig als met anderen in praktijk en opleiding, de stand van de basiscompetentie en de beroepscompetentie te toetsen. Een aantal van deze checklisten kunt u downloaden middels onderstaande links.

Ter illustratie van het integratief handelen op alledrie de competentieniveaus, wordt bij iedere competentie een grote casus geleverd waarin steeds dezelfde hulpverleningsinstelling en een aantal belangrijke actoren wordt opgevoerd, maar waarin afhankelijk van de competentie bepaalde (deel) kwalificaties op de voorgrond en anderen op de achtergrond staan.
Het boek Grondslagen SPH reikt tenslotte een kader aan om de planning van de acties binnen de zes taakgebieden - oriënteren, ontwerpen, interveniëren, evalueren, professie en organisatie - te
kunnen registreren, zodat een concretere kwaliteitsbewaking van het sociaal pedagogisch handelen mogelijk is.

Meer info
19,90
Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1 - Inleiding

Meer info
0,70
Hoofdstuk 2 Grondslagen SPH

Hoofdstuk 2 Grondslagen SPH

Hoofdstuk 2 - Het beroepsbeeld als grondslag

INLEIDING
In dit hoofdstuk schets ik het beroepsbeeld SPH dat als uitgangspunt dient voor de keuzes van de andere grondslagen van dit boek. Dit beroepsbeeld is gebaseerd op de inhoud 
van twee belangwekkende documenten: het Beroependomeinprofiel SPW (BDP-SPW) uit 1996 en het Landelijk Opleidingsprofiel SPH (OP-SPH) De creatieve professional uit 1999. 
Het beroependomeinprofiel en het opleidingsprofiel hebben als doelstelling de kwaliteit van de sociaal-pedagogische hulpverlening te bevorderen door een heldere afbakening 
van respectievelijk het beroepen- en opleidingsdomein. Beiden zijn door alle belangrijke bij SPH betrokken partners in respectievelijk 1996 en 1999 gevalideerd, en leverden zo de noodzakelijke criteria om de deskundigheid van onze beroepsgroep en daarmee de kwaliteit van ons werk, concreter en beter te kunnen waarborgen.
Het is erg belangrijk dat wij, ongeacht onze functie in de praktijk, als beroepsgenoten dezelfde attitude hebben met betrekking tot het beroepsbeeld. Dat zal het implemente￾ren van deze kwalificaties, zowel in de praktijk als in de opleidingen en de beroepsorganisatie, aanzienlijk bevorderen.
Dit hoofdstuk levert stof tot nadenken over de mate waarin de lezer dit officiële beroepsbeeld SPH ook werkelijk deelt. Zo kan ook per opleiding of praktijksituatie worden bepaald in welke mate en op welke wijze bijstelling op attitude- en/of gedragsniveau noodzakelijk is om tot effectiever leren, een effectievere inrichting van het curriculum, een effectievere bijscholing en betere functieomschrijving in de praktijk te komen. Een proeve van bekwaamheid kan de lezer behulpzaam zijn bij het testen in welke mate zijn beeld over het SPH-beroep overeenkomt of verschilt met het officiële beroepsbeeld en waar dat mee samenhangt.

 

Meer info
2,20
Hoofdstuk 3 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 3 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 3 - Beroepsmethodiek en basismethodiek als grondslagen

Dit hoofdstuk levert twee methodieken, de basismethodiek en de beroepsmethodiek, als grondslagen voor het methodisch denken en handelen van de sociaal-pedagogisch hulpverlener op zowel het micro-, meso-, als macroniveau.

Allereerst komen de begrippen methode, methodiek, basismethodiek, beroepsmethodiek en instellingsmethodiek aan de orde, zodat over de betekenis die ik eraan geef geen misverstand kan ontstaan. De basismethodiek is het keuze-instrument voor de algemene hulpverleningsmethoden die moeten leiden tot een gewenste agogische basiscompetentie (1). Daarna volgt de verantwoording voor de keuze van een viertal elementen als te onderscheiden onderdelen binnen de beroepsmethodiek. Deze elementen zijn van belang om alle 23 kwalificaties en bijhorende deelkwalificaties (welke in hoofdstuk 6 worden benoemd) te kunnen behalen, die moeten leiden tot een gewenste beroepscompetentie. Ten slotte is er weer een proeve van bekwaamheid zodat de lezer zijn attitude met betrekking tot de beschreven beroeps- en basismethodiek kan testen en met studie- of beroepsgenoten kan vergelijken. 3.1

ENKELE BEGRIPPEN

In het woud van verklaringen voor de begrippen methodiek en methode kan een mens licht verdwalen. Daarom is het zinvol om de definities die ik hanteer, uit te leggen.

Methode

Methoden zijn ‘concrete en controleerbare wegen waarlangs’ of ‘concrete en controleerbare manieren waarop’ een bepaald agogisch doel kan worden bereikt. Het begrip ‘methode’ vat ik dus breed op. De ene keer ligt het accent op het gebruik van een bepaald middel, de andere keer veel meer op het gebruik van een bepaalde theorie, dan weer op het inzetten van een bepaalde vaardigheid of combinaties ervan.

Methodiek

Het kiezen van methoden voor een bepaald onderzoek- of praktijkgebied, vanuit bepaalde theoretische en soms ook ethische uitgangspunten en vooronderstellingen.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 4 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 4 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 4 - De basishouding en beroepshouding

I NLEIDING

In dit hoofdstuk komen de begrippen basishouding en beroepshouding aan de orde en wat er moet gebeuren om beide te ontwikkelen. In de omschrijving van het begrip houding maak ik nadrukkelijk een onderscheid in het denk- en gevoelsni veau – de attitu de – en het handelingsniveau – het gedrag. Beide niveaus moeten gevormd en gemeten worden, wil je een basis- of beroepshouding kunnen toetsen en trainen. Verder geef ik in dit hoofdstuk de factoren aan die attitudevor ming beïnvloeden alsmede de functies die attitudes kunnen hebben, zodat de lezer de eigen basis- en beroepsattitude kan analyseren op motivatie en gewenstheid en de attitude en/of het bijhorende gedrag zonodig kan bijstellen. Dat er vaak een inconsistentie bestaat tussen (basis/beroeps)attitu de en (basis/beroeps)- gedrag is bekend. Ik zet de factoren die de inconsistentie kunnen veroorzaken op een rij, zodat de lezer in staat is de oorzaken van inconsistentie te achter halen en zo zijn basisen beroepshouding verder kan ontwikkelen. Er is een proeve van bekwaamheid met een vragenlijst, waarmee zowel de factoren die de attitude beïnvloeden, de functies die attitudes hebben, als de oorzaken van inconsistentie tussen gedrag en attitude opgespoord kunnen worden. Voor het ontwikkelen van een juiste basishouding dienen we kwalificaties te behalen die op algemene agogische principes zijn gebaseerd. Die principes staan als basismethodiek beschreven in het vorige hoofdstuk, de kwalificaties zelf in hoofdstuk 5. Voor het ontwikkelen van de juiste beroepshouding dienen we ons (deel)kwalificaties eigen te maken die op bepaalde ethische en theoretische elementen gestoeld zijn. Die elementen staan beschreven in hoofdstuk 3, de (deel)kwalificaties in hoofdstuk 5. Om de basis- en beroepshouding zowel zelfstandig als in samenspraak met anderen te kunnen toetsen, en vervolgens te kunnen trainen, ontwierp ik twee checklists. Ik leg in dit hoofdstuk het gebruik van die checklists en de achterliggende gedachte uit. Vervolgens benoem ik een aantal voor het trainen en toetsen van de basis- en beroepshouding onmisbare voorwaarden, zoals rekening houden met en het verder ontwikkelen van leerstijlen, de onderwijsorganisatie en een goed leermodel zoals bijvoorbeeld een aangepast gildestelsel.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 5 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 5 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 5 - Basiskwalificaties en methoden

INLEIDING

Allereerst komen in dit hoofdstuk de begrippen competentie, kwalificatie en deelkwalificatie aan de orde. Vervolgens beschrijf ik, in een checklist, de (deel)kwalificaties die nodig zijn voor een goede agogische basiscompetentie. De deelkwalificaties omschrijven houdingsaspecten, waarmee een adequate basiscompetentie ook zichtbaar wordt. Daarna beschrijf ik uitgebreid de methoden om die te behalen en verbind daar proeven van bekwaamheid aan. De checklist is te gebruiken om de ontwikkeling met betrekking tot de basiscompetentie te kunnen toetsen en te bepalen wat er nog wel en niet op kortere of langere termijn getraind moet worden. Bij iedere basiskwalificatie staan meerdere methoden benoemd om de (deel)kwalificaties te kunnen behalen. De (deel)kwalificaties kunnen zo, afhankelijk van de competentie van de student/werker, zowel apart als geïntegreerd met andere deelkwalificaties, worden getraind. 5.1 C OMPETENTIE , KWALIFICATIES E N DEELKWALIFICATIES De woorden competentie en kwalificatie worden nogal eens verschillend gebruikt. Dat gebeurt ook in de eerder genoemde documenten waarop het beroepsbeeld SPH is gebaseerd. Zowel het beroependomeinprofiel als het opleidingsprofiel leverden kwalificaties.

Het eerste onderscheidt niet alleen zes taakgebieden, maar ook soorten kwalificaties per taakgebied, namelijk: vakinhoudelijke, methodische, sociale en organisatorische kwalificaties. Die kwalificaties omschrijven elk een bepaald onderdeel van de beroepscompetentie, uitgedrukt in kennis, inzicht en vaardigheden. De bedoeling daarvan was om voor het brede werkveld zo gedetailleerd mogelijk in kaart te brengen welke kennis, vaardigheden en houding bij het beroep SPW (1) horen. De HBO-opleidingen reageerden met het ontwerpen van een opleidingsprofiel bestaande uit drie hoofdcompetenties en 23 beroepskwalificaties. Dit opleidingsprofiel impliceert dus alleen het HBO-niveau. Het profiel onderscheidt geen soorten kwalificaties, maar verdeelt drie competenties, die ieder een bepaald niveau van het denken en handelen binnen het SPH-beroep omvatten, in 23 kernkwalificaties die elk een bepaald onderdeel van het beroepshandelen omschrijven. In het opleidingsprofiel definieert men de begrippen als volgt:

‘(..) de competenties van de SPH’er beslaan een brede bekwaamheid in een be- roepscontext die aan grote veranderingen onderhevig is. De voor de beroepsbeoefenaren te formuleren kwalificaties kunnen daarom niet te gedetailleerd zijn en zullen het kunnen hanteren van de veranderingen in de beroepscontext tot uitdrukking moeten brengen. Daarbij is gebleken dat het beroepshandelen onvoldoende beschreven kan worden door het uiteen te rafelen in bijvoorbeeld kennis, houding en vaardigheden. Daarvoor is dit beroepshandelen meestal te complex. In deze context heeft het omschrijven van kwalificaties gerelateerd aan competenties terrein gewonnen. Onstenk (1997) definieert competentie als: ‘het gestructureerd en geïntegreerd vermogen tot het adequaat verrichten van arbeidshandelingen en het oplossen van arbeidsproblemen’. In het OP-SPH gaat het dan om het beroepshandelen en het oplossen van beroepsvraagstukken. Onstenk vervolgt met: ‘het gaat om de samenhang en de relaties tussen de samengestelde kennis en vaardigheden.’ En: ‘kwalificatie is een uitspraak waarin een bekwaamheid van een beginnend beroepsbeoefenaar zichtbaar wordt gemaakt in een cluster van beroepstaken.’ De term kwalificatie wordt in beide documenten dus anders ingevuld. Een beetje lastig, maar niet erg als je maar weet wat in de beide gevallen wordt bedoeld. De kwalificaties van het domeinprofiel zijn veel gedetailleerder in de zin van het benoemen van kennis, vaardigheden en houding nodig om je als SPH’er op MBO- of HBO-niveau te kwalificeren. De kwalificaties van het opleidingsprofiel zijn meer omschrijvingen van contextuele beroepshandelingen.

Om deze opleidingskwalificaties, verbonden aan competenties, te kunnen trainen en toetsen, is een opsplitsing in deelkwalificaties noodzakelijk. Deelkwalificaties omschrijven preciezer om welke bekwaamheden het gaat en geven daardoor duidelijkere aanwijzingen voor de wijze waarop we zowel basis- als beroepscompetent kunnen worden en welk type kennis en vaardigheden, en dus welke methodieken en methoden voor de ontwikkeling van die competenties, nodig zijn. Om zo helder mogelijk te krijgen welke methoden wij allemaal moeten kennen én kunnen hanteren, splits ik iedere basis- en opleidingskwalificatie in deelkwalificaties, of ouderwets gezegd: leerdoelen. Wat betreft de basiskwalificaties liet ik me hierin leiden door algemeen gangbare agogische houdings- en vaardigheidsaspecten en daarbij horende ethische overwegingen. Deze basiskwalificaties geven aan hoe onze agogische basiscompetentie in onze houding zichtbaar moet worden, zowel in woord als in daad.

Meer info
7,90
Hoofdstuk 6 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 6 - Grondslagen SPH

Hoofdstuk 6 - Beroepskwalificaties en methoden

I NLEIDING

In dit hoofdstuk geef ik per hoofdcompetentie een overzicht van de relevante beroepsof opleidingskwalificaties, zoals verwoord in het opleidingsprofiel De creatieve professional. Omdat iedere kwalificatie meerdere aspecten van methodisch handelen omschrijft, zijn deze kwalificaties in deelkwalificaties uiteengerafeld. Bij iedere kwalificatie worden meerdere methoden genoemd om deze te kunnen behalen. Met behulp van de checklist kan worden getoetst in welke mate en met betrekking tot welke onderdelen van de kwalificaties er sprake is van beroepscompetentie. In de competentieboeken van de serie Competent Sociaal Pedagogisch Hulpverlenen worden alle hier opgesomde methoden uitgebreider beschreven, zodat ermee getraind en getoetst kan worden. Men kan de mate waarin een bepaalde (deel)kwalificatie gewenst of aanwezig is op een schaal van 1 tot en met 4 scoren. De (deel)kwalificaties kunnen zo, afhankelijk van de competentie van de student/werker, zowel apart als geïntegreerd met andere deelkwalificaties, worden getraind (1). Hoe competent de werker in zijn beroepsgerichte denken en handelen precies is, zal in zijn beroepshouding, dus zowel in zijn attitude als gedrag, zichtbaar moeten worden. In dit hoofdstuk eindigt iedere ‘competentiebeschrijving’ weer met een proeve van bekwaamheid rond de inhoud.

Meer info
5,90
Hoofdstuk 7 De praktijk in beeld

Hoofdstuk 7 De praktijk in beeld

Hoofdstuk 7 - De praktijk in beeld

 

In dit hoofdstuk wordt ter illustratie van de complexe werkelijkheid van alledag een concrete praktijk in beeld gebracht. We doen dit door vanuit één werksoort, de jeugdhulpverlening, een grote casus te schetsen. Daarbij wordt in drie paragrafen telkens één van de competenties als ingang gekozen. In de eerste paragraaf kan naar de praktijk worden gekeken vanuit de competentie van de directe hulp- en dienstverlening. Dit betekent dat daar de vier taakgebieden oriënteren, ontwerpen, interveniëren en evalueren, op de voorgrond staan. In de tweede paragraaf kan vooral vanuit de competentie van het werken in en vanuit de organisatie naar de betreffende werksituatie worden gekeken. Hier staat het taakgebied ‘organisatie’ op de voorgrond. In de derde paragraaf ten slotte wordt vanuit de competentie inzake het werken aan professionalisering naar de casus gekeken. Hier staat het taakgebied van de professie centraal.

Meer info
2,60
Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 8 - Modellen voor handelingsplanning

Meer info
3,40
Voorwerk

Voorwerk

Voorwerk en inhoudsopgave

Meer info
0,70