Een gevoel dat vorig jaar, na het kinderrechtennummer van De Omwenteling, bleef knagen was hoe het met het geluk van morgen zit. Hebben jeugdigen voldoende vertrouwen in hun eigen toekomstdromen? Zijn zij in staat om los van de actualiteit van de dag een paar jaar verder te denken en krijgen ze dan een glim- of een grimlach op hun gezicht?
De Omwenteling van 2026 staat in het teken van ‘Het geluk van morgen’. Deze speciale uitgave van OnzeJeugd.NU (verzorgd door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid) brengt inspiratie en andere gezichtspunten. Misschien als beginpunt van een nieuwe beweging, misschien als bevestiging van jullie goede werk.
We hebben een rij vragen over jeugdigen die ons bezighouden in deze De Omwenteling. Hebben zij het idee dat met de manier waarop vandaag de toekomst wordt voorbereid, er voor hen nog perspectief is? Hebben jeugdigen zelf het idee dat de toekomst op hen zit te wachten? Lukt het met wonen, werken, relaties en zinvol bezig zijn?
Maak van verschil de norm, niet de uitzondering. Dus weg met woorden als regulier of speciaal onderwijs, laag- of hoogopgeleid, achterstand en afstromen. Dat is oude taal, vindt bijzonder lector Sofie Sergeant. Liever maakt zij in het onderwijs plaats voor iets compleet nieuws. Ze noemt het: de derde ruimte.
In de bosrijke omgeving is het even zoeken naar het huis van So!e, maar dankzij de poster in het raam kan het eigenlijk niet missen. Het rode hartje en de slogan Samen leven maken duidelijk wie hier woont. In maart werd So!e Sergeant bijzonder lector ‘Inclusie en Veerkracht in het onderwijs’ bij het lectoraat Jeugd van de Hogeschool Utrecht. Een onderzoeker die graag in de literatuur duikt, maar ook echt bij de praktijk past. Haar ontdekkingstocht? Samen onderwijs creëren dat werkelijk inclusief is voor álle kinderen.
Dat moet ook: de overheid wil dat het onderwijs in 2035 inclusief is. Met 75.000 leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs en naar schatting 60.000 thuiszitters (‘schoolmissers’ volgens So!e) is er nog een "inke weg te gaan. Maar die weg hoeven we volgens de lector niet per de!nitie met een zwaar gemoed af te leggen. “Met onze nieuwsgierigheid, lichtheid en humor als voorwaarden kunnen we samen goed onderwijs voor iedereen scheppen.” Openhartig begint ze ook over een eigen "ater: “Een congres over inclusie organiseren met alleen statafels, zonder rekening te houden met deelnemers in een rolstoel.”
Een andere kijk
Opvallend in So!e’s werk is het anders kijken en het omdenken. Zo zegt ze niet alleen: It takes a village (or two) to raise a child. Maar ook: It is our children who raise the village. We hebben alle kinderen nodig om de samenleving van morgen te bouwen.
Als kinderrechter grijp je diep in het leven van gezinnen in. Denk aan een ingewikkelde scheiding of het uit huis plaatsen van een kind. Des te belangrijker om het VN Kinderrechtenverdrag goed na te leven, in de rechtszaal en daarbuiten. “Oók voor de volgende generatie”, vindt kinderrechter Bart Tromp.
Van donker naar licht
De Rechtbank Noord-Nederland is gehuisvest in een imposant gebouw in hartje Groningen. Wie binnenstapt komt eerst in een met glas afgeschermde receptie. Pas als de receptionist het goedkeurt, opent die de deur en treed je binnen in een complex van oude architectuur en een modern gangenstelsel met veel glas. Op een volwassen bezoeker maakt deze entree al indruk, laat staan als je een kind bent. En je bijvoorbeeld vanwege de scheiding van je ouders door de rechter bent uitgenodigd voor een zitting.
Het was al langer een doorn in het oog van Bart Tromp en Kinderombudsman Margrite Kalverboer, de intimiderende omgeving die een rechtbank voor een kind kan zijn. Na een scherp interview in NRC slaagde het tweetal erin om hier landelijk verandering in te brengen. Bart: “Childfriendly justice, kindvriendelijke rechtspraak, noemt het VN Kinderrechtenverdrag het. Zelf ontvang ik kinderen niet langer in een donkere zittingszaal. Maar in een kindvriendelijke ruimte dicht bij de ingang met daglicht, speelgoed en een kleurplaat op de tafel. Ik zie zó’n verschil in hoe een kind het gesprek nu ingaat.”
Met overtuiging
Het zegt veel over het type rechter en mens dat Bart Tromp is. Iemand die ons wijst op het naleven van het Kinderrechtenverdrag en zonodig publieke discussie uitlokt. Google je hem, dan kom je hem tegen in het weigeren van uithuisplaatsing naar instanties die tekortschieten, zoals het inmiddels gesloten Woodbrokers. Of lees je artikelen waarin hij pleit voor wetenschappelijk onderzoek naar de uithuisplaatsing van de kinderen van de Toeslagenaffaire.
‘Een gepassioneerde (kinder)rechter die zich met overtuiging inzet om de rechtsbescherming van ouders en kinderen in het jeugdrecht te versterken’, staat in zijn LinkedIn-profiel.
Het komt veel vaker, veel dichterbij en geraffineerder voor dan we willen weten: seksueel misbruik van kinderen. In elke schoolklas maken gemiddeld één of twee leerlingen het mee. Kindermisbruik gedijt bij duisternis, ziet hoogleraar Iva Bicanic: “Onze afweer houdt het gesprek erover tegen.”
Een woensdagmiddag op een zonovergoten en rustig terras aan de Amsterdamse waterkant. Een schril contrast met het onderwerp dat zich meestal in de duisternis afspeelt. Met het interview in de volle zon doe je Iva een groot plezier. “Dat komt door mijn afkomst”, lacht de hoogleraar en traumapsycholoog, wier Kroatische ouders begin jaren zeventig naar Nederland kwamen. Ondanks het zware thema straalt ze vaak iets opgewekts uit. Misschien maakt dat het makkelijker om te blijven luisteren en kijken, als zij er op tv, radio, online of in de krant over praat. Nooit omfloerst en altijd een helder licht schijnend op de vele kanten van seksueel kindermisbruik.
Zo ook vanmiddag. “Dat het bestáát is het belangrijkste dat we over kindermisbruik moeten weten”, begint de oprichter van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld haar verhaal. “Het geloven en verdragen ervan vinden we heel moeilijk. In onze nieuws-app zien we het elke dag voorbijkomen. Maar dat is een rationeel weten, ik wil dat we het ook emotioneel weten. En begrijpen dat kinderen volwassenen nodig hebben om het misbruik te stoppen. Dat zijn jij, ik, de familie, buren, leerkracht, huisarts... iedereen heeft een rol om het te detecteren.”
Als een soort ‘lobbyist voor het algemeen belang’ strijdt econoom Jasper J. van Dijk voor een eerlijker en eenvoudiger sociaal beleid. “Gaat dat snel genoeg? Nee. Maar moet je je daardoor tegen laten houden? Natuurlijk niet.” Een interview over een queeste die vraagt om een lange adem, maar hoe dan ook bijdraagt aan het geluk van morgen.
‘NIEMAND VERDIENT GELDZORGEN’ staat er in grote letters op de tram die de Haagse Turfstraat oversteekt; een toepasselijk beeld op weg naar het interview. Het gaat om een campagne van de gemeente Den Haag. Die wil inwoners met geldstress de weg wijzen naar de vele regelingen die er voor hen zijn. “De boodschap daarachter is zeker goed, maar wat de impact van zo’n tram is weet ik niet precies”, zegt Jasper J. van Dijk aan het begin van het gesprek over een eerlijker sociaal en economisch beleid.
Als publiek econoom houdt Jasper zich bij uitstek bezig met het geluk van morgen. Samen met een aantal collega’s verliet hij in 2022 het Ministerie van Financiën om het Instituut van Publieke Economie (IPE) op te zetten. Vanuit deze onafhankelijke denktank willen zij volgens hun website ‘beter beleid van morgen ontwerpen en opkomen voor het algemeen belang’. Jasper: “Als denktank kunnen we een soort buitenboordmotor zijn, die kan bijdragen aan kennis over dingen die in de toekomst gaan spelen. Dus de complexere langetermijnvraagstukken, zoals het toeslagenstelsel en armoedebeleid. Het geluk van morgen zit in de dingen die je vandaag doet.”
De toekomstambitie van Stichting Kinderpostzegels? Haar impact vergroten en het leven van nog veel meer kinderen versterken. “Ik wil van een organisatie naar een beweging van en voor kinderen, zodat álle kinderen veilig kunnen opgroeien”, zegt directeur Sofie Vriends. Een missie die is ontstaan vanuit een heel persoonlijke drijfveer.
Ze moet er even van bijkomen, zegt Sofie aan het einde van het interview. Tijdens het gesprek maakte haar vrolijke uitstraling even plaats voor tranen, toen ze eerlijk antwoord gaf op vragen over haar eigen jeugd. Nu zit hier een krachtige vrouw die het persoonlijke niet schuwt. “Veilig opgroeien is voor mij geen abstract begrip”, zegt ze over het thema dat dit jaar centraal staat bij Kinderpostzegels. Daarover zometeen meer.
Meer dan postzegels
Haar werkplek, het kantoor van de Stichting Koninklijke Nederlandse Kinderpostzegels in Leiden, oogt gezellig. Aan de buitenkant een wat saai bakstenen gebouw, maar vanbinnen een vriendelijk en kleurrijk kantoor. Het geeft een warm welkom aan bezoekers en het kinderpanel dat ook regelmatig over de vloer komt. Op deze verdieping werken veertig mensen aan gelijke kansen voor kinderen in binnen- en buitenland. Dat houdt meer in dan waar de stichting vooral bekend om is; de meer dan honderdduizend kinderen die jaarlijks met kinderpostzegels langs de deuren gaan.
In de Risk Factory, in onder andere Enschede en Venlo, worden jongeren voorbereid op het leven. Als Nederlands Centrum Jeugdgezondheid dachten we mee over een van de scenario’s voor deze aanpak en zagen we hoe dat werkt. Jongeren krijgen er niet voorgezegd hoe het moet (met hun mentale gezondheid, het ontwikkelen van talenten en het vinden van hun waarden), maar ze ervaren een manier-van-doen waarmee ze verder kunnen en leren hoe ze met de risico’s kunnen omgaan. Een werkwijze die op een wonderlijke manier samenvalt met overdrachtsvertrouwen.
In 1954 schreef politiek filosoof Hannah Arendt (1906-1974) The crisis in education. In onderwijskringen wordt het vaak aangehaald om de kernboodschap: dat we een wereld na te laten hebben. Daarin gaat Arendt radicaal ver. Het gaat er volgens haar niet om dat we kinderen leren wat (het) leven is, maar of wij die wereld voldoende eigen gemaakt hebben om over te kunnen dragen aan kinderen. Het vraagt dus vooral wat van volwassenen.
In deze De Omwenteling gericht op ‘het geluk van morgen’, waarin de geinterviewden ons leerden welke impact het heeft als mensen echt verantwoordelijkheid nemen en daar actie aan verbinden, merkten we dat het perspectief verschoof. De vraag of het geluk van morgen centraal moet staan, schuurt en vraagt misschien wel om herziening. Volwassenen moeten zelf aan de slag, hebben zelf iets te doen. Dat is waar Hannah Arendt met haar essays helpt. In The crisis in education gaat het vooral over de vraag of jongeren ervaren dat zij op een wereld voorbereid worden waar iemand verantwoordelijkheid voor neemt. Volwassenen dus.
Challenge
Er kwam ook hulp uit een andere hoek. In een jaarlijkse challenge voor de Universiteit Utrecht vroegen we studenten eind 2025 om bij te dragen aan de ontwikkeling van de Geluksbarometer: kunnen we jongeren hun vertrouwen in toekomstig geluk laten verwoorden en kunnen we dat zo presenteren dat het voor beleidsmakers en professionals bruikbare informatie oplevert? Vier studenten (Zarah Mennink, Maria Lohuis, Fleur Jütten en Hugo Kuiper) werkten het uit: ze spraken zich uit over de kernthema’s, over participatie van jongeren en over de haalbaarheid van de Geluksbarometer.