Volgens het CBS (2020) groeien er In Nederland naar schatting 23.560 kinderen op in een gezin met (een) ouder(s) met een (licht) verstandelijke beperking. Deze kinderen, ook wel kovb (kinderen van ouders met een verstandelijke beperking) genoemd, kunnen door hun thuissituatie te maken krijgen met allerlei problemen, zowel in hun jeugd als in hun latere leven. Thuis kan het minder stabiel en veilig zijn. Kinderen kunnen noodgedwongen zorgtaken overnemen, kunnen met problemen niet goed bij hun ouders terecht of kunnen te maken krijgen met emotionele of fysieke verwaarlozing.
Belangrijk dus om deze groep kinderen te herkennen en ondersteunen. Hoe doe je dat als professional op een goede manier? In dit artikel vertelt Vianna Spang hoe zij het heeft ervaren om op te groeien als kovb en wat zij daarin soms gemist heeft. Haar belangrijkste tip: je kan het verschil maken voor deze kinderen door écht oog voor ze te hebben.
Als kind dacht ik dat ieder gezin er hetzelfde uitzag als dat van mij. Dat het normaal was om bijna elke vakantie met de ambulance mee te gaan naar het ziekenhuis voor mijn vader, dat het normaal was om bij de gesprekken met school te zijn en dat ieder kind hun ouders moest uitleggen in een makkelijkere taal wat de docenten nou eigenlijk wilden zeggen. Maar ook dat het thuis normaal was om mijzelf op de laatste plaats te zetten, om maar geen vragen te stellen aan de hulpverlening omdat je niet lastig wilde zijn. Of dat het normaal was om op je zestiende al zorgplangesprekken te voeren en bezwaren in te dienen bij de gemeente op indicatiebesluiten.
Pas veel later kwam ik erachter hoe bijzonder mijn jeugd eigenlijk is geweest. Ik ben opgegroeid met twee ouders met een verstandelijke beperking. Mijn vader had een IQ van 52 en was daarnaast chronisch ziek. Van mijn moeder kon geen verzamel IQ bepaald worden, maar zij heeft daarnaast ook autisme en een zeldzame oogafwijking waardoor ze maar 10% ziet, kleurenblind is en haar ogen ontzettend lichtgevoelig zijn. Ook mijn broertje heeft lvb en autisme. Voor elk gezinslid was er een indicatie, behalve voor mij. Ik was de normaal begaafde dochter waarmee de betrokken zorg geen idee had wat te doen.
Het was soms uitdagend dat ik als enige geen zorg of ondersteuning kreeg, want ook ik zat vol met vragen waar ik zeker hulp bij kon gebruiken. Levensvragen en vragen over waarom situaties zo waren als ze zijn. Waarom zijn mijn ouders minder slim? Waarom kunnen zij mij niet meer met mijn huiswerk helpen vanaf het moment dat ik naar de middelbare school ging? Waarom gaan mensen ervan uit dat ik niet slim kan zijn, is dat omdat mijn ouders niet slim zijn? Maar vooral: wat betekent dit alles voor mij en mijn toekomst?
WAT IS LVB?
Lvb staat voor ‘licht verstandelijke beperking’. Iemand met een lvb heeft een benedengemiddeld IQ tussen de 50 en 70. Of een IQ tussen 70 en 85 met bijkomende problemen in het adaptief vermogen. Mensen met een lvb kunnen minder goed zijn in informatie verwerken, empathie, plannen maken voor de lange termijn, relaties onderhouden en hun emoties controleren. Bron: Kenniscentrum LVB; Trimbos-instituut