Sozio 3 2026

Sozio 3 2026

Themanummer LVB

Omschrijving

Column Arjan Bolt
Klaas

Ongewenst gedrag of onbegrepen gedrag?

Virus in de jungle
Serious gaming voor gezondheidsvaardigheden bij jongeren met een lvb

Rots en Water en volwassenen met een lvb
Lichaamsbewustzijn als basis en kompas 

Lvb in de buurt
Welkome buurten ook voor mensen met een lvb

Niet eenzaam, wél alleen
Anders kijken naar eenzaamheid bij mensen met een lvb

Het sociale netwerk is geen goedkope oplossing 
Waarom netwerkgerichte zorg begint met kijken wie er is, niet met vragen wie kan helpen

Ervaringsverhaal: mijn ‘normale’ jeugd 
Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking

Perspectiefonderzoek herijkt
Van beslissen over ouders naar samen opvoeden

Hoe bejegeningsplannen de zorg voor cliënten met triple problematiek versterken

Van straf naar perspectief
Hoe passende begeleiding mensen met een lvb helpt om uit de criminaliteit te blijven

Wat de cijfers vertellen over mensen met een licht verstandelijke beperking

Weten wat werkt bij een lvb
Veel aanbod, weinig hard bewijs

Lvb gedoemd om te falen

Column Arjan Bolt

Column Arjan Bolt

Klaas was mijn buurjongen en mijn grootste vriend. Ik bedoel letterlijk de grootste. Hij was een kop groter dan ik, had een grote bos blonde krullen en was al twaalf. Ik was acht. Hoewel hij al zo groot was, speelde hij toch veel met mij en mijn vriendengroep, die buiten Klaas bestond uit achtjarige avonturiers die als een roedel door onze wijk zwierven. Op zoek naar een voetbal, een klimboom of desnoods een bel die erom vroeg geleld te worden.

Op een dag trof ik Klaas aan in een doornhaag. Als ik niet principieel tegen het gebruik van AI was, zou ik je kunnen vertellen dat het om de zuurbes ofwel Berberis gegaan moet zijn. Dit was dé absolute koning van de lage, strakke, stekelige hagen die in de stedelijke omgeving in de jaren zeventig van de vorige eeuw langs voetpaden perfect rechthoekig werden gesnoeid. Als je er als kind met je bal in terechtkwam, zat je gegarandeerd onder de krassen door de messscherpe, drievoudige doorns.
Maar dat kan ik je uiteraard niet vertellen, want waar zou ik – gezien mijn Chatbot boycot - die O informatie vandaan moeten hebben gehaald? Dus. Voor mij was het een doodgewone prikstruik. Een van de vele in mijn wijk. Klaas lag dus in zo´n haag. Aldaar gedeponeerd door andere jongens die net zo groot waren als Klaas. Klaas moest er hard om lachen. Ik had echter al snel in de gaten – ik was een fijngevoelig kereltje – dat Klaas toch vooral angstig lag te wezen. Toen hij was uitgelachen en zijn ‘vrienden’ vertrokken waren om ergens anders iemand het leven zuur te maken, hielp ik hem uit de struik en bracht hem naar zijn moeder. Toen hij thuiskwam en door zijn moeder werd omhelsd begon hij pas hard te snikken. Zo’n grote jongen die bang was en werd geplaagd. En er zelfs van moest huilen. Ik vond het indrukwekkend.
Als ik ’s ochtends vroeg, in mijn pyjama, voor het raam stond om me voor te bereiden op een schooldag, zag ik regelmatig hoe Klaas met een busje werd opgehaald. Mijn moeder had me verteld dat Klaas naar een speciale school ging. Met dat busje. Dat begreep ik niet. ‘Hoe ziet een speciale school er eigenlijk uit?’ vroeg ik mij af. ‘Klaas is een beetje bijzonder, hij is zwakbegaafd’, legde mijn moeder uit, ‘daarom moet hij naar de speciale school.’ Deze toelichting maakte me niet veel wijzer. Ik wist toen nog niet precies wat ‘zwakbegaafd’ betekende. Ik had wel onmiddellijk door dat je dat maar beter niet kon zijn. Voor je het weet lig je te schateren in een prikstruik.
Het is natuurlijk een vreselijke term. Een kind definiëren naar zijn verstandelijke vermogen en hem zo afschrijven als ‘zwak’. Gelukkig hebben we de term afgeschaft. Net als zijn stiefbroer die in de jaren zeventig en tachtig nog furore heeft gemaakt: de MBD, ofwel de Minimal Brain Damage, gediagnosticeerd bij jongens die erg beweeglijk en ongehoorzaam waren. Beetje druk? Dan zijn je hersens stuk! Toen ik jaren later op de Sociale Academie zat – dat bestond toen nog – heeft een docent bloedserieus uitgelegd hoe de termen ‘idioot’, ‘imbeciel’ en ‘debiel’ bruikbare diagnostische categorieën zijn, gekoppeld aan specifieke IQwaarden. (Wist je trouwens wat de beste definitie van een IQ is? Deze: het IQ is de uitslag van een intelligentietest. Veel meer om het lijf heeft het niet. Maar dat geheel terzijde).

Meer info
Gratis
Ervaringsverhaal: mijn ‘normale’ jeugd

Ervaringsverhaal: mijn ‘normale’ jeugd

Volgens het CBS (2020) groeien er In Nederland naar schatting 23.560 kinderen op in een gezin met (een) ouder(s) met een (licht) verstandelijke beperking. Deze kinderen, ook wel kovb (kinderen van ouders met een verstandelijke beperking) genoemd, kunnen door hun thuissituatie te maken krijgen met allerlei problemen, zowel in hun jeugd als in hun latere leven. Thuis kan het minder stabiel en veilig zijn. Kinderen kunnen noodgedwongen zorgtaken overnemen, kunnen met problemen niet goed bij hun ouders terecht of kunnen te maken krijgen met emotionele of fysieke verwaarlozing.
Belangrijk dus om deze groep kinderen te herkennen en ondersteunen. Hoe doe je dat als professional op een goede manier? In dit artikel vertelt Vianna Spang hoe zij het heeft ervaren om op te groeien als kovb en wat zij daarin soms gemist heeft. Haar belangrijkste tip: je kan het verschil maken voor deze kinderen door écht oog voor ze te hebben.

Als kind dacht ik dat ieder gezin er hetzelfde uitzag als dat van mij. Dat het normaal was om bijna elke vakantie met de ambulance mee te gaan naar het ziekenhuis voor mijn vader, dat het normaal was om bij de gesprekken met school te zijn en dat ieder kind hun ouders moest uitleggen in een makkelijkere taal wat de docenten nou eigenlijk wilden zeggen. Maar ook dat het thuis normaal was om mijzelf op de laatste plaats te zetten, om maar geen vragen te stellen aan de hulpverlening omdat je niet lastig wilde zijn. Of dat het normaal was om op je zestiende al zorgplangesprekken te voeren en bezwaren in te dienen bij de gemeente op indicatiebesluiten.
Pas veel later kwam ik erachter hoe bijzonder mijn jeugd eigenlijk is geweest. Ik ben opgegroeid met twee ouders met een verstandelijke beperking. Mijn vader had een IQ van 52 en was daarnaast chronisch ziek. Van mijn moeder kon geen verzamel IQ bepaald worden, maar zij heeft daarnaast ook autisme en een zeldzame oogafwijking waardoor ze maar 10% ziet, kleurenblind is en haar ogen ontzettend lichtgevoelig zijn. Ook mijn broertje heeft lvb en autisme. Voor elk gezinslid was er een indicatie, behalve voor mij. Ik was de normaal begaafde dochter waarmee de betrokken zorg geen idee had wat te doen.
Het was soms uitdagend dat ik als enige geen zorg of ondersteuning kreeg, want ook ik zat vol met vragen waar ik zeker hulp bij kon gebruiken. Levensvragen en vragen over waarom situaties zo waren als ze zijn. Waarom zijn mijn ouders minder slim? Waarom kunnen zij mij niet meer met mijn huiswerk helpen vanaf het moment dat ik naar de middelbare school ging? Waarom gaan mensen ervan uit dat ik niet slim kan zijn, is dat omdat mijn ouders niet slim zijn? Maar vooral: wat betekent dit alles voor mij en mijn toekomst?

WAT IS LVB?
Lvb staat voor ‘licht verstandelijke beperking’. Iemand met een lvb heeft een benedengemiddeld IQ tussen de 50 en 70. Of een IQ tussen 70 en 85 met bijkomende problemen in het adaptief vermogen. Mensen met een lvb kunnen minder goed zijn in informatie verwerken, empathie, plannen maken voor de lange termijn, relaties onderhouden en hun emoties controleren. Bron: Kenniscentrum LVB; Trimbos-instituut 

Meer info
€ 3,90
Het sociale netwerk is geen goedkope oplossing

Het sociale netwerk is geen goedkope oplossing

Er is een trend om steeds meer zorg over te dragen aan het sociale netwerk, de zorg beweegt richting het sociale netwerk. Die beweging is belangrijk. Maar te vaak is de drijfveer bezuiniging in plaats van verbinding. Juist voor mensen met een licht verstandelijke beperking en probleemgedrag is dat risicovol. Echte netwerkgerichte zorg begint niet met de vraag wie kan helpen, maar met de vraag wie er is. 

De beweging klopt. De reden niet altijd
Er is iets aan het veranderen in zorg en welzijn. Beleidsmakers, zorgorganisaties en gemeenten spreken steeds vaker over het sociale netwerk. Over samenredzaamheid. Over de eigen omgeving. Over de mensen rondom de cliënt. Dat is een belangrijke beweging. Mensen leven niet los van anderen. Dat geldt ook voor mensen met een beperking. Zorg die alleen kijkt naar de cliënt, het gedrag of de diagnose, ziet maar een deel van het verhaal.
Maar de motivatie achter deze beweging vraagt om een kritische blik. Te vaak wordt het sociale netwerk genoemd als antwoord op een overbelast zorgsysteem. De wachtlijsten zijn te lang. De kosten zijn te hoog. Professionals hebben te weinig tijd. Familie, buren en vrienden moeten daarom meer gaan doen.
Daar nemen we de verkeerde afslag. Want het sociale netwerk is geen reservebank van de zorg. Het is geen gratis verlengstuk van professionele ondersteuning. En het is zeker geen eenvoudige oplossing voor een systeem dat onder druk staat. Een netwerk is geen instrument. Een netwerk is het leven van iemand.

Hoe het er in de praktijk uitziet
Sandra is 34 jaar en heeft een licht verstandelijke beperking. Ze woont zelfstandig en krijgt ambulante begeleiding. Haar begeleider hoort dat de begeleidingsuren worden teruggebracht. Het beleid is helder: er moet meer worden ingezet op het sociale netwerk.
De begeleider belt Sandra’s moeder. Zij staat als contactpersoon in het dossier. Verder wordt er niemand genoemd. Of zij wat vaker langs kan komen. Sandra’s moeder zegt ja. Natuurlijk zegt ze ja. Ze wil haar dochter niet in de steek laten. Maar ze werkt fulltime, heeft zelf een chronische ziekte en slaapt al maanden slecht door alle zorgen. Er is geen gesprek geweest over het netwerk rond Sandra. Niet met Sandra zelf. Ook niet met haar moeder. Er is niet gekeken wie er zijn, welke betekenis zij voor Sandra hebben, wat zij kunnen en willen dragen en wat Sandra zelf nodig heeft. Het netwerk is niet in kaart gebracht. Het is direct ingeschakeld. 
Drie maanden later belt Sandra’s moeder. Ze houdt het niet meer vol. Sandra reageert steeds vaker boos en trekt zich terug. In het dossier verschijnt het woord probleemgedrag. Maar misschien is het iets anders. Misschien is het gedrag van Sandra een signaal. Een signaal van iemand van wie het netwerk niet werd gezien, maar wel werd gebruikt.

Probleemgedrag is ook een sociale vraag
Wanneer iemand met een licht verstandelijke beperking probleemgedrag laat zien, kijken we meestal eerst naar de beperking. Of naar de diagnose. Of naar trauma, overprikkeling, onmacht of een gebrek aan vaardigheden. Dat kan allemaal relevant zijn. Maar er is één vraag die te weinig wordt gesteld: wie is er om deze persoon heen? Probleemgedrag staat zelden los van de sociale werkelijkheid waarin iemand leeft. Agressie, terugtrekgedrag, grensoverschrijdend gedrag of zelfverwonding kunnen ook signalen zijn van gemis. Van eenzaamheid. Van onveiligheid. Van verlies. Van het ontbreken van mensen die er gewoon zijn. Niet als hulpverlener, maar als mens.

Meer info
€ 3,90
Hoe bejegeningsplannen de zorg voor cliënten met triple problematiek versterken

Hoe bejegeningsplannen de zorg voor cliënten met triple problematiek versterken

’Je moet hem niet te veel informatie tegelijk geven, dan raakt hij het overzicht kwijt.’ ’Begin niet met vragen, maar ga eerst naast haar zitten. Pas als de spanning zakt, ontstaat er ruimte voor contact.’

Bovenstaande ‘kennis’ ontstaat vaak vanzelf wanneer je langere tijd met cliënten werkt. Op Terra, de TOPGGz-afdeling voor cliënten met triple problematiek binnen de Intensieve Behandelkliniek van Tactus Verslavingszorg, ervaren we dagelijks hoe belangrijk deze praktijkkennis is. Onze cliënten hebben te maken met een combinatie van een licht verstandelijke beperking (lvb), verslavingsproblematiek en psychiatrische klachten. Juist bij deze doelgroep kan de manier waarop een professional contact maakt het verschil betekenen tussen verbinding en vastlopen (Duijvenbode et al., 2020).
Veel collega's ontwikkelen in de dagelijkse praktijk een scherp gevoel voor wat wel en niet werkt. Ze leren cliënten kennen, herkennen signalen en ontdekken welke benadering aansluit bij iemands mogelijkheden en behoeften. Die kennis is van grote waarde. Tegelijkertijd schuilt daarin ook een kwetsbaarheid.

Wat gebeurt er wanneer die ervaren collega vrij is?
Of wanneer een nieuwe medewerker, stagiair of invalkracht een dienst draait?
Binnen een kliniek waar 24 uur per dag zorg wordt geboden, is continuïteit essentieel. Toch merkten we dat belangrijke inzichten over cliënten soms verspreid stonden over rapportages, onderzoeksverslagen en overdrachten. Wie wilde weten wat een cliënt nodig had, moest vaak op meerdere plekken zoeken. Daardoor ontstonden verschillen in begeleiding en was het risico aanwezig dat waardevolle kennis verloren ging.
Vanuit die constatering ontstond het idee voor het bejegeningsplan: een praktisch document waarin wordt vastgelegd hoe professionals het beste kunnen aansluiten bij een individuele cliënt.

Van observatie naar innovatie
De basis voor het bejegeningsplan werd gelegd door verpleegkundig specialist Gera Post. Tijdens haar opleiding onderzocht zij hoe kennis over passende bejegening beter geborgd kon worden binnen de afdeling. Er bleek veel informatie beschikbaar te zijn over cliënten. Diagnostische onderzoeken, observaties vanuit het multidisciplinaire team en verschillende meetinstrumenten leverden waardevolle inzichten op. Toch waren deze inzichten niet altijd gemakkelijk terug te vinden of direct toepasbaar in de dagelijkse praktijk. Gera zag dat adviezen over communicatie, ondersteuning en omgang vaak verspreid waren over verschillende documenten. Daardoor werd de aanwezige kennis niet altijd optimaal benut. Vanuit het TOPGGz-jaarplan van afdeling Terra ontstond het idee om alle beschikbare informatie samen te brengen in één overzichtelijk document. Dat gebeurde nadrukkelijk niet vanachter een bureau. Vanaf het begin stond vast dat het bejegeningsplan moest aansluiten bij de praktijk van de afdeling.

Meer info
€ 3,90
Lvb gedoemd om te falen

Lvb gedoemd om te falen

Responsiviteit binnen de lvb-doelgroep. De responsiviteit binnen de doelgroep van mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) is vaak laag.

Veel van deze mensen vallen tussen wal en schip als het gaat om behandeling en begeleiding. Hierdoor verslechtert hun situatie regelmatig, met als gevolg dat zij vastlopen op meerdere leefgebieden en overlast veroorzaken in de maatschappij, terwijl dit doorgaans niet hun intentie is.
Tegelijkertijd zien wij dat deze doelgroep wél kan participeren, zich kan ontwikkelen en betekenisvol kan bijdragen aan de samenleving wanneer de ondersteuning goed aansluit bij hun mogelijkheden en behoeften. Voorwaarde daarbij is dat de zorg outreachend, flexibel en volhardend is en is afgestemd op het niveau van de cliënt.
In dit artikel beschrijven wij hoe Humanitas DMH omgaat met een doelgroep die door eerdere ervaringen soms lijkt te zijn ‘gedoemd om te falen’. We laten zien welke aanpassingen wij doen om de responsiviteit te vergroten en geven daarmee een kijkje in onze dagelijkse praktijk.

Cijfers responsiviteit
Wanneer zorg en behandeling onvoldoende worden aangepast aan de behoeften van mensen met een lvb, neemt de kans op voortijdige uitval of terugval in probleemgedrag aanzienlijk toe. Veel reguliere behandelprogramma’s vragen vaardigheden die voor deze doelgroep niet vanzelfsprekend zijn, zoals abstract denken, zelfreflectie, planning en het generaliseren van geleerde vaardigheden naar nieuwe situaties. Hierdoor zien we regelmatig dat cliënten uitvallen bij behandelaanbieders die niet gespecialiseerd zijn in de ondersteuning van mensen met een lvb. Er blijkt dan vaak dat dezelfde cliënten beter aansluiten en langer betrokken blijven bij hulpverlening die specifiek is ingericht op de lvb-doelgroep. Dit benadrukt het belang van passende ondersteuning en een aanpak die aansluit bij het cognitieve functioneren van de cliënt. Om de responsiviteit te vergroten zijn verschillende aanpassingen noodzakelijk. Binnen Humanitas DMH werken we daarom vanuit een aantal kernprincipes.

Homerun
Homerun is een dienstverleningsconcept van Humanitas DMH, gericht op licht verstandelijk beperkte mensen die in de reguliere zorg verstrikt zijn geraakt of dreigen te raken. De persoon valt tussen wal en schip; ketenzorg is niet goed op elkaar afgestemd of de jongere wordt regelmatig voor zorg- en hulpverlening afgewezen. De dienstverlening legt zich toe op mensen met een licht verstandelijke beperking met complexe problematiek op meerdere leefgebieden (hierna: de cliënten).

 

Meer info
€ 3,90
Lvb in de buurt

Lvb in de buurt

We gaan in gesprek met ervaringsdeskundige Mireille van Buro ErvaringsKracht en Lvb-coach Elise Heblij van Dynamo over de betekenis van lvb in de buurt. 

Vaak zie je het niet aan de buitenkant. Maar ongemerkt komt iedereen weleens iemand tegen die een licht verstandelijke beperking (lvb) heeft. Ook jij. Hoe merk je het op? Maar nog veel belangrijker, hoe ga je ermee om? Om ook mensen met een lvb-achtergrond zich welkom en thuis te laten voelen in hun buurt bundelen Mireille en Elise regelmatig hun krachten. Ze geven voorlichtingen in de buurt om hun kennis, expertise en ervaringen te delen. Met als doel bewustzijn en begrip te creëren en gerichte handvatten te geven. 


Elise Heblij is lvb-coach bij welzijnsorganisatie Dynamo in Amsterdam. Ze geeft voorlichting aan alle medewerkers en vrijwilligers over lvb, zodat zij de doelgroep beter begrijpen en passende ondersteuning kunnen bieden. ’Bij Dynamo streven we ernaar om iedereen zich welkom te laten voelen in zijn of haar buurt, ongeacht achtergrond of gedrag. Daarbij richten we ons op een inclusieve aanpak, waarbij we onze activiteiten en ondersteuning afstemmen op de behoeften van alle bewoners. Om ervoor te zorgen dat mensen met een lvb zich net zo welkom en thuis voelen in de buurt als ieder ander geef ik voorlichting aan collega’s. Hierdoor ontstaat er meer begrip en weten ze beter hoe ze een buurtbewoner met een lvb-achtergrond kunnen ondersteunen. Met als resultaat dat ook zij deel kunnen nemen aan activiteiten en initiatieven in de buurt. Daarnaast kunnen collega’s met al hun vragen bij mij terecht.’

Naast de interne samenwerking werkt Elise ook samen met andere organisaties die zich inzetten voor mensen met een lvb-achtergrond. Door kennis en expertise te bundelen kun je nog effectiever werken aan een inclusieve buurt. Een van de partnerorganisaties is Buro ErvaringsKracht. Alle medewerkers zijn ervaringsdeskundigen en kunnen je de ogen openen met hun eigen verhaal, onverbloemde feedback geven of cliënten ondersteunen. Een ervaringsdeskundige vanaf het allereerste moment is de Amsterdamse Mireille: ’In 2016 hoorde ik via Cordaan dat er een afdeling met ervaringsdeskundigen op het gebied van lvb werd opgericht. Ik was gelijk enthousiast. Vooral omdat ik het leuk vind om nieuwe dingen te doen.’

We doen het samen
Elise schakelt regelmatig Buro ErvaringsKracht in en werkt vaak met Mireille samen. ’Ik geef niet alleen voorlichting aan collega’s en vrijwilligers, maar ook aan partnerorganisaties in de buurt. Ik vind het fijn om dit samen met Mireille te doen. Mijn kennis en de voorbeelden die ik geef krijgen zoveel meer kracht door haar persoonlijke verhaal. 

Meer info
€ 3,90
Niet eenzaam, wél alleen

Niet eenzaam, wél alleen

Het onderzoeksproject ‘’COLLELO’’ Collaborative learning from loneliness (2024-2028), zoekt en bezoekt initiatieven die een bijdrage proberen te leveren aan het verkleinen van eenzaamheidsgevoelens bij mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb). Uit onderzoek blijkt dat deze groep vaker eenzaamheid ervaart dan mensen zonder verstandelijke beperking (Van der Kooij, 2022). Toch gaven deelnemers in dit collaboratieve praktijkonderzoek vaak aan zich niet eenzaam te voelen, ook al is hun sociaal contact beperkt. Hoe kan dat?

De sleutel ligt in het besef dat eenzaamheid niet voor iedereen hetzelfde betekent. Voor mensen met een lvb hangt het samen met hun ontwikkelingsniveau, hun ervaringen van uitsluiting en de manier waarop ze sociale rollen ervaren. Dit artikel verkent die paradox en biedt inzichten om eenzaamheid bij mensen met een lvb anders te begrijpen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van de Humanistiek en onderzoekers en studenten van de Hogeschool Utrecht. Dit alles in nauwe samenwerking met de Sterkplaats Utrecht en de ervaringsbrigade; zij treden vanuit hun rol als ervaringsdragers op als co-onderzoekers.

De paradox van eenzaamheid
Eenzaamheid komt vaker voor bij mensen met een lvb, toch gaven de meeste deelnemers in dit onderzoek aan dat zij deze eenzaamheid niet ervaren. Dit waren allemaal bezoekers van onderzochte initiatieven (Special Social Club, De Buurtband, ABCDate, De Eettafel) die eenzaamheid bij mensen met een verstandelijke beperking willen verkleinen. Dat doel lijken zij dus te behalen.
Hier ligt ook direct de uitdaging: de verborgen groep mensen met een beperking die hun weg, met of zonder hulp van begeleiders of naasten, niet weten te vinden naar de vele initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan. Deze groep blijft onzichtbaar in ons onderzoek, maar verdient juist extra aandacht. Een andere vraag die uit dit onderzoek naar voren komt, is: begrijpen wij eenzaamheid wel op dezelfde manier als onze doelgroep?’

Wanneer is er sprake van eenzaamheid?
Eenzaamheid is een subjectieve ervaring van gemis aan betekenisvolle relaties. Dit verschilt van alleen zijn, wat een objectieve toestand is (Perlman & Peplau, 1981). Ontwikkelingspsychologisch gezien ontstaat eenzaamheid als een gevoel van gemis en sociale vergelijking vanaf de midden kindertijd en adolescentie. Jonge kinderen ervaren vooral ‘alleen zijn’ en hebben minder abstracte reflectie. Voor mensen met een lvb, bij wie de ontwikkelingsleeftijd vaak lager ligt, kan de beleving van eenzaamheid verschillen van hun leeftijdsgenoten die geen verstandelijke beperking hebben.

Onderzoekers wijzen erop dat het begrip eenzaamheid zich ontwikkelt met cognitieve vaardigheden. Voor mensen met lvb kan eenzaamheid daarom concreter en minder abstract zijn. Een deelnemer met een lvb zei: ’Ik ben niet eenzaam, want als ik me alleen voel, ga ik naar mijn opa en oma.’ Voor hem is eenzaamheid een concreet probleem met een concrete oplossing. Het is situationeel in plaats van een langdurig innerlijk gevoel. Hij ervaart het niet als een abstract gemis, maar als iets wat opgelost kan worden door actie (naar opa en oma gaan).

Meer info
€ 3,90
Ongewenst gedrag of onbegrepen gedrag?

Ongewenst gedrag of onbegrepen gedrag?

De weinige mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) die (in het kader van de Participatiewet) werk vinden bij een reguliere organisatie, kunnen door een gebrek aan kennis over een lvb te maken krijgen met onterechte beschuldigingen van ongewenst gedrag. Een pleidooi voor kennisdeling.

Alledaags ongewenst gedrag
In mijn boek beschrijf ik de impact van alledaags ongewenst gedrag op de werkvloer, hoe en waarom leidinggevenden bij gedragsmoeilijkheden vaak wegkijken, en wat zij moeten doen om een ongewenste situatie te beëindigen. Ik gebruik het woord ‘moeten’ omdat er geen vrijblijvendheid is: leidinggevenden hebben de verantwoordelijkheid om een sociaal veilig werkklimaat te creëren en het mandaat om vroegtijdig in te grijpen bij vermeend ongewenst gedrag.
Maar dan moet je als leidinggevende wel kennis van een aantal zaken hebben. Weten wat veilig maakt en wat onveilig. Kennis hebben van menselijk gedrag. En liefst ook wat specifiekere kennis over bijvoorbeeld lvb en autisme. Mijn specifieke-kenniswenslijstje voor managers is trouwens langer. Even ter verduidelijking: bij ‘ongewenst gedrag’ wordt vaak gedacht aan seksueel grensoverschrijdend gedrag en strafbare feiten, grote zaken zoals de laatste jaren zo vaak in de media zijn beschreven. Maar het meeste ongewenste gedrag is alledaags, haalt de kranten niet en kent veel verschillende uitingsvormen. Het kan bijvoorbeeld gaan om vervelende opmerkingen, iemand structureel niet groeten, werkinstructies achterhouden, iemand buitensluiten, structureel de kantjes ervan aflopen, enzovoort.

Gebrek aan kennis
Als vertrouwenspersoon, sparringpartner voor en trainer van managers werd ik met enige regelmaat betrokken bij casuïstiek waarin medewerkers met een lvb een rol speelden. Soms betrof het gediagnostiseerde medewerkers die in het kader van de Participatiewet een tijdelijk contract hadden in een reguliere organisatie. Maar soms betrof het ook nietgediagnostiseerde medewerkers die laag geschoold werk deden in een reguliere organisatie, waarvan bij mij het vermoeden rees dat er sprake zou kunnen zijn van een lvb.

Natuurlijk laten medewerkers met een lvb net als andere medewerkers soms grensoverschrijdend gedrag zien. Soms is dat ongewenste gedrag ernstig met akelige consequenties. Het heeft dan vaak al te lang doorgeëtterd en is van kwaad tot erger geworden. Het is voor het gevoel van veiligheid van iedereen op de werkvloer belangrijk dat een leidinggevende meteen grenzen aangeeft als gedrag niet oké is, ook als het iets ‘onschuldigs’ betreft, zoals een collega een bijnaam geven, het maken van een vrouwonvriendelijk ‘grapje’ of een opmerking over hoofddoekjes. 
Als je dat als leidinggevende meteen en consequent doet, kunnen medewerkers zich ook vrij voelen om een collega te begrenzen. Goed voorbeeld doet goed volgen. We moeten wel leren om ons duidelijk uit te drukken. Dat is niet alleen in het belang van medewerkers met een lvb. Als hilarisch voorbeeld: de lvb-medewerker die trots op zijn werk verscheen in een T-shirt met daarop een expliciet blote dame. De medewerker werd naar huis gestuurd omdat dit te bloot was. De teamleider die hem wegstuurde had niet duidelijk gezegd dat hij een ander T-shirt aan moest trekken en aan welke criteria dat moest voldoen. Toen de medewerker terug verscheen op het werk waren de blootste delen van de dame op zijn shirt keurig afgeplakt met tape.

Meer info
€ 3,90
Perspectiefonderzoek herijkt

Perspectiefonderzoek herijkt

Hoe krijgen ouders met een licht verstandelijke beperking (lvb) een eerlijke kans in een perspectiefonderzoek naar de mogelijkheden voor terugkeer van hun kind na een uithuisplaatsing? Expect Jeugd en William Schrikker Gezinsvormen ontwikkelden een nieuwe werkwijze die aansluit op bij de mogelijkheden van mensen met een lvb en gebaseerd is op de richtlijn ‘Uithuisplaatsing en terugplaatsing (2023)’.

Perspectiefonderzoekers van William Schrikker Gezinsvormen (WSGV) trokken aan de bel. De bestaande werkwijze gaf hun onvoldoende handvatten om ouders met een lvb echt mee te laten doen in het perspectiefonderzoek. Het was te ingewikkeld en te omvangrijk. Het uitgebreide talige advies, vol vakjargon, was nauwelijks op een begrijpelijke manier met de ouders te bespreken. Daardoor was het voor hen moeilijk om de inhoud echt te begrijpen. Bovendien was de vraag of deze werkwijze ouders daadwerkelijk de kans bood om te laten zien welke stappen zij hadden gezet en wat er in hun gezin en opvoeding was verbeterd.

Ondertussen verscheen het rapport van de Adviescommissie rechtsbescherming en rechtsstatelijkheid (Van Dooijeweert et al., 2024) . Zij hield een stevig pleidooi voor verbetering van de rechtsbescherming van kinderen en ouders binnen de jeugdhulp en jeugdbescherming, en benoemde in het bijzonder de groep mensen met een lvb. Rechtsbescherming gaat over het recht op informatie, participatie en ondersteuning, en het recht op toegang tot effectieve rechtsmiddelen als mensen vinden dat er inbreuk is gemaakt op hun rechten.
De bestaande werkwijze voor het perspectiefonderzoek ging op de schop! Ouders met een lvb moeten een eerlijke kans krijgen en echt mee kunnen doen in het perspectiefonderzoek.

Wat is een perspectiefonderzoek?
Iedereen heeft recht op het vormen van een gezin. Dit is vastgelegd in de Grondwet en in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM,1950). De overheid mag zich niet zonder instemming van het gezin met het gezin bemoeien. Hierop bestaat een uitzondering, namelijk als het belang van het kind hierom vraagt. Als de veiligheid van een kind in gevaar komt en het de ouders onvoldoende lukt om de problemen op te lossen, mag de overheid ingrijpen. De kinderrechter kan dan een kinderbeschermingsmaatregel opleggen. Ook kan de kinderrechter beslissen tot een uithuisplaatsing. Aanvankelijk is dit een tijdelijke maatregel en worden hulp en steun ingezet om de mogelijkheden van terugkeer van het kind na uithuisplaatsing. Het gaat er dan niet om ‘waar de opvoeding beter is’, maar of de situatie van de ouders ‘goed genoeg’ is. Hierbij wordt onderzocht of de balans is hersteld tussen de ontwikkelingsbehoeften van het kind en de opvoedcapaciteiten van de ouders situatie te verbeteren en de veiligheid te herstellen. 

Meer info
€ 3,90
Rots en Water en volwassenen met een lvb

Rots en Water en volwassenen met een lvb

Het Rots en Water-programma wordt al jarenlang ingezet bij kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking (lvb). Maar hoe kan deze psychofysieke methode worden toegepast bij volwassenen met een lvb en wat is daarvan de impact? Juist doordat de Rots en Water-methodiek fysiek en ervaringsgericht is  sluit deze perfect aan bij de behoeften van veel volwassenen met een lvb, voor wie puur verbale therapie of begeleiding vaak te abstract is. In dit artikel worden de theoretische uitgangspunten afgewisseld met concrete praktijkvoorbeelden en praktische handvatten.

Professionals lopen in de begeleiding van volwassenen met een lvb regelmatig tegen de grenzen van een verbale benadering aan. Cliënten met een lvb worden in onze sterk talige maatschappij snel overvraagd, wat kan leiden tot frustratie, faalangst of gedragsproblemen. Rots en Water kan in de begeleiding het ontbrekende puzzelstuk zijn. Indien juist toegepast, kan de psychofysieke Rots en Water-aanpak, waarin bewegen, ervaren en voelen centraal staan, de cognitieve en verbale drempels verkleinen. Volwassenen met een lvb willen zich gezien voelen, gewaardeerd worden en hebben behoefte aan oprechte liefde en nabijheid. Daarnaast hebben zij behoefte aan een begeleiding die hen in staat stelt zo zelfstandig mogelijk te functioneren. Het gaat om behoeften die de kern van ieder mens raken, maar die voor mensen met een lvb nog extra belangrijk zijn. In een maatschappij die vaak heel talig, complex en snel is, vallen mensen met een lvb helaas te vaak buiten de boot en voelen zij zich juist niet gezien en gehoord.

Het lichaamsbewustzijn als basis
Cliënten met een lvb hebben vaak een minder goed ontwikkeld lichaamsbewustzijn. Naast de verstandelijke beperkingen is dat een extra probleem, omdat ons primaire zelfgevoel (hoe wij onszelf door de dag heen ervaren) wordt bepaald door een vitale verbinding met ons lichaam. Een niet goed ontwikkeld lichaamsbewustzijn leidt ertoe dat cliënten met een lvb hun emoties en gevoelens niet of te laat voelen of niet correct weten te duiden. Het gevolg daarvan is dat zij zich overspoeld voelen door prikkels (lees: onbegrepen gevoelens) en daardoor zichzelf verliezen in woede-uitbarstingen of teruggetrokken gedrag.

Het lichaamsbewustzijn als kompas
Een goed ontwikkeld lichaamsbewustzijn vormt ook de basis voor het leren luisteren naar het eigen gevoel. Je kunt pas goede keuzes maken als je deze als het ware kunt ‘voorproeven’ met jouw eigen lichaam. Niet kunnen kiezen omdat je niet weet wat je voelt, leidt tot gevoelens van machteloosheid en eenzaamheid, waar je vervolgens ook niet over kunt praten. Hoe kun je praten over iets dat je niet of slecht voelt?
Door te oefenen met de ademhaling en het herkennen van spierspanning leer je de vroege signalen van overprikkeling herkennen. Het lichaam wordt zo een kompas in plaats van een ongeleid projectiel.

Meer info
€ 3,90
Sozio 3 2026 - LVB

Sozio 3 2026 - LVB

Column Arjan Bolt
Klaas

Ongewenst gedrag of onbegrepen gedrag?

Virus in de jungle
Serious gaming voor gezondheidsvaardigheden bij jongeren met een lvb

Rots en Water en volwassenen met een lvb
Lichaamsbewustzijn als basis en kompas 

Lvb in de buurt
Welkome buurten ook voor mensen met een lvb

Niet eenzaam, wél alleen
Anders kijken naar eenzaamheid bij mensen met een lvb

Het sociale netwerk is geen goedkope oplossing 
Waarom netwerkgerichte zorg begint met kijken wie er is, niet met vragen wie kan helpen

Ervaringsverhaal: mijn ‘normale’ jeugd 
Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking

Perspectiefonderzoek herijkt
Van beslissen over ouders naar samen opvoeden

Hoe bejegeningsplannen de zorg voor cliënten met triple problematiek versterken

Van straf naar perspectief
Hoe passende begeleiding mensen met een lvb helpt om uit de criminaliteit te blijven

Wat de cijfers vertellen over mensen met een licht verstandelijke beperking

Weten wat werkt bij een lvb
Veel aanbod, weinig hard bewijs

Lvb gedoemd om te falen

Meer info
€ 14,95
Van straf naar perspectief

Van straf naar perspectief

Mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) zijn sterk oververtegenwoordigd onder de groep mensen die in aanraking komen met politie en justitie. Toch blijft een lvb vaak onopgemerkt. Ook wanneer een lvb wel wordt herkend, sluiten de ondersteuning en hulpverlening niet altijd goed aan bij de behoeften van deze doelgroep.

De Rotterdamse aanpak Leef-MEE laat zien dat duurzame verandering niet begint bij het bestrijden van crimineel gedrag, maar bij het aansluiten bij de leefwereld van de cliënt en het op orde brengen van de basisvoorwaarden voor een stabiel bestaan. Criminaliteit is niet het ‘echte’ probleem Volgens het Landelijk Kenniscentrum LVB leven in Nederland naar schatting ruim 1,1 miljoen mensen met een licht verstandelijke beperking. Naar schatting heeft 30 tot 40% van de gedetineerden een lvb. Daarmee is deze groep sterk oververtegenwoordigd binnen de strafrechtketen van politie, justitie en de forensische zorg. Opvallend is dat mensen met een lvb vaak niet alleen dader zijn, maar ook slachtoffer. Zij worden regelmatig ingezet als geldezel, drugskoerier of katvanger, zonder altijd goed te begrijpen welke gevolgen dat heeft. Wie deze cijfers ziet, zou kunnen denken dat een lvb automatisch leidt tot criminaliteit. Dat beeld klopt niet, benadrukt Ton Haksteeg, manager bij MEE Rotterdam Rijnmond. ‘Strafbaar gedrag is meestal niet het startpunt van het probleem. Vaak zien we dat een opeenstapeling van problemen op verschillende levensgebieden hieraan voorafgaat.’

Kwetsbaar in een complexe samenleving
Mensen met een lvb hebben vaker moeite met plannen, organiseren, het verwerken van informatie en het overzien van de gevolgen van hun handelen. Daarnaast zijn zij relatief beïnvloedbaar en gevoeliger voor groepsdruk. Wanneer dit samengaat met problemen zoals schulden, verslaving, ziekte, dakloosheid of een gebrek aan daginvulling, ontstaan extra risico’s. Ook een laag zelfvertrouwen, sociale problematiek, moeilijke gezinsomstandigheden en het ontbreken van toekomstperspectief dragen bij aan de kans op crimineel gedrag.

Een beperking die je niet ziet
Een lvb is vaak niet direct zichtbaar. Veel mensen met een lvb hebben geleerd hun beperkingen te maskeren of te compenseren. Hierdoor worden zij door professionals, instanties en hun omgeving regelmatig overschat. ‘Mensen kunnen verbaal sterk overkomen’, vertelt Ton. ‘Ze knikken, zeggen dat ze het begrijpen en geven antwoorden waarvan je denkt: dat zit wel goed. Maar als je verder doorvraagt, blijkt soms dat iemand niet goed begrijpt wat er gezegd is en wat verwacht wordt.’ Volgens Ingeborg Koning, LeefMEE-coach bij MEE Rotterdam Rijnmond ligt daar een belangrijke opdracht voor hulpverleners. ‘Doorvragen is essentieel. Niet uit wantrouwen, maar om goed te begrijpen wat iemand wel en niet overziet en waar ondersteuning nodig is.’

Meer info
€ 3,90
Virus in de jungle

Virus in de jungle

Mensen met een lvb hebben vaak moeite met abstracte informatie, snel veranderende richtlijnen en begrippen als afstand houden, besmettingsrisico of hygiëneprotocollen. Daarnaast wonen veel mensen met een lvb in een groep, krijgen begeleiding en/of volgen speciaal onderwijs of praktijkonderwijs. Daardoor kunnen infectieziekten niet alleen gevolgen hebben voor henzelf, maar ook voor groepsgenoten, familieleden, begeleiders, docenten en andere mensen in hun directe omgeving. Tegelijkertijd is juist deze doelgroep vaak afhankelijk van informatie die voor hen voldoende concreet, visueel en praktisch toepasbaar is. Tijdens de pandemie bleek dat beschikbare informatie niet altijd goed aansloot: materialen bereikten de doelgroep niet altijd, werden niet altijd begrepen of leidden niet vanzelf tot ander gedrag. 
Daarom is gezocht naar een andere vorm van gezondheidscommunicatie: niet nog meer folders of instructies, maar een speelse interventie die aansluit bij de leefwereld van jongeren met een lvb. In het project Virus in de Jungle is de bestaande serious game Mediajungle aangepast om jongeren met een lvb op een eenvoudige manier kennis te laten mahet ontwikkelen van een praktische en toegankelijke tool die jongeren ondersteunt bij preventief gezondheidsgedrag, zoals handen wassen, hoesten en niezen in de elleboog, het dragen van een mondkapje en het informeren van anderen bij klachten.

Waarom een serious game?
Serious games zijn spellen met een leerdoel. Ze zijn niet alleen bedoeld om te vermaken, maar ook om kennis, vaardigheden of gedrag te beïnvloeden. In een serious game leren spelers door te doen: zij krijgen opdrachten, maken keuzes, krijgen feedback en oefenen met situaties die lijken op de praktijk. Belangrijke leerprincipes zijn aandacht, actief leren, feedback en herhaling of consolidatie. 
Juist voor jongeren met een lvb kan deze vorm goed aansluiten. Een spel kan informatie concreet maken, in kleine stappen aanbieden en ondersteunen met beeld, geluid, eenvoudige taal en directe feedback. Daarnaast kan het sociale karakter van het samen spelen gesprekken uitlokken. Dat is belangrijk, omdat kennis alleen niet altijd genoeg is om gedrag te veranderen. Een jongere kan bijvoorbeeld weten dat je anderen moet vertellen dat je ziek bent, maar dat in de praktijk toch lastig vinden uit schaamte, angst voor de gevolgen of herinneringen aan de coronaperiode.
Een serious game biedt daarmee niet alleen ruimte om kennis te toetsen, maar ook om houding, risicoperceptie en zelfvertrouwen bespreekbaar te maken. Door gebruik te maken van een verhaallijn en spelelementen kunnen spelers zich inleven in bepaalde situaties, fouten maken zonder ingrijpende gevolgen en gezamenlijk bespreken welk gedrag in die situaties verstandig is. Voor professionals kan het spel helpen om moeilijke gezondheidsthema’s op een laagdrempelige manier aan te kaarten.

De game: Virus in de Jungle
Virus in de Jungle is ontwikkeld als een aangepaste versie van Mediajungle, een serious game die eerder is ontwikkeld in samenwerking met en voor mensen met een lvb. Waar Mediajungle zich richt op digitale vaardigheden en mediawijsheid, richt Virus in de Jungle zich op infectiepreventie. Het spel combineert een fysiek bordspel met een interactieve webapp.

Meer info
€ 3,90
Wat de cijfers vertellen over mensen met een licht verstandelijke beperking

Wat de cijfers vertellen over mensen met een licht verstandelijke beperking

Er lopen in Nederland naar schatting zo'n 1,1 miljoen mensen rond met een licht verstandelijke beperking. Meer dan de bevolking van Amsterdam en Rotterdam samen. Toch is dit de groep waarover een leerkracht zegt: “LVB? Dat speelt niet bij ons op school.” De cijfers die het Landelijk Kenniscentrum LVB jaarlijks bijeenbrengt, laten iets anders zien — en vooral iets ongemakkelijks.

Waarom niemand het precies weet 
Begin met de belangrijkste beperking van elk getal in dit artikel: het is een schatting. Het Sociaal en Cultureel Planbureau kwam in 2019 uit op ruim een miljoen mensen met een IQ tussen de 50 en 85 én bijkomende problematiek.
Preciezer wordt het niet, om vier redenen die elkaar versterken.
Ten eerste is een LVB zelden zichtbaar. Veel mensen doen hun best om te verbergen dat ze iets niet begrijpen; ze ontwikkelen een streetwise buitenkant die precies verhult wat er speelt. Ten tweede: wie een goed steunend netwerk heeft en dus geen hulpvraag stelt, komt nergens in beeld. Ten derde bestaan er nog nauwelijks beproefde instrumenten om adaptieve vaardigheden te meten — en juist dáár, in het dagelijks meekomen, zit de kern van een LVB. En ten slotte meet niemand standaard het IQ van de Nederlandse bevolking, gelukkig maar.
De omvang van deze groep wordt daarom afgeleid uit deelonderzoeken per domein: onderwijs, werk, zorg, justitie. Sommige daarvan zijn inmiddels tien jaar of ouder. De cijfers hieronder zijn dus geen thermometer, maar een schetsmatige kaart — met een opvallend consistente richting.

Één per klas
Ongeveer 55 procent van de kinderen met een LVB volgt regulier basisonderwijs. Statistisch gesproken zit er in vrijwel elke klas één moeilijk lerende leerling met een beperkt aanpassingsvermogen, meestal met een IQ tussen de 70 en 85. Precies die leerling valt het makkelijkst buiten beeld, omdat hij of zij het net bijhoudt.
Wordt zo'n kind niet opgemerkt, dan ligt overvraging op de loer: informatie die te snel gaat, opdrachten die net iets te veel stappen bevatten, en een reeks kleine mislukkingen die zich opstapelt. Wat je daarvan terugziet in de klas is zelden een leerprobleem. Het is faalangst, druk of juist teruggetrokken gedrag, overschreeuwen, neerslachtigheid — gedrag dat de aandacht afleidt van de oorzaak.

Meer info
€ 3,90
Weten wat werkt bij een lvb

Weten wat werkt bij een lvb

Het Landelijk Kenniscentrum LVB publiceerde in juli 2026 een geactualiseerde versie van Weten wat werkt, een overzicht van interventies en methodieken voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Wie de zeven thematabellen naast elkaar legt, ziet niet alleen wat er beschikbaar is, maar vooral hoe dun de bewijsbasis nog is.

Waarom een apart overzicht nodig is
Interventies die zijn ontwikkeld voor mensen zonder beperking werken niet zonder meer bij mensen met een LVB. Een beperktere woordenschat en een beperkter taalbegrip, meer verwerkingstijd en meer behoefte aan herhaling vragen om aanpassing van de hulpverlening. Het kenniscentrum bundelt daarom de interventies die in de praktijk daadwerkelijk voor deze groep worden ingezet. De selectie komt uit bestaande databanken — onder meer de Databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut en de databanken langdurige zorg, effectieve sociale interventies, langdurige GGZ en justitiële interventies — aangevuld met materiaal van Vilans, Movisie, Kwaliteit Forensische Zorg en het Kennisplein Gehandicaptenzorg. Per interventie wordt vermeld voor welke problematiek zij bedoeld is, in welke mate zij effectief is, voor wie, in welke setting, hoeveel bijeenkomsten zij vergt, en of de doelgroep bij de ontwikkeling betrokken was. De zeven thema’s zijn: psychische en gedragsproblematiek; seksualiteit en weerbaarheid; middelengebruik en verslaving; criminaliteit; gezins- en systeemproblematiek; participatie; en psycho-educatie.
Het overzicht is nadrukkelijk niet uitputtend, wordt periodiek bijgewerkt en maakt deel uit van de Toolkit Blik op LVB.

Een omgekeerde piramide
De interventies zijn ingedeeld in vijf niveaus: effectief volgens sterke aanwijzingen, volgens goede aanwijzingen, volgens eerste aanwijzingen, goed onderbouwd, en zonder beoordeling. Over de zeven thema’s samen staan ruim zeventig vermeldingen. De verdeling is scheef: drie op het hoogste niveau, één op goede aanwijzingen, elf op eerste aanwijzingen, vijfentwintig goed onderbouwd en tweeëndertig zonder enige beoordeling.
Slechts drie interventies halen het hoogste niveau. Bij twee daarvan is een kanttekening op zijn plaats: Incredible Years en Invest in Play richt zich op ouders van kinderen van 2 tot 13 jaar, en het Programma Alternatieve Denkstrategieën op een schoolklas van 4 tot 12 jaar — dus niet rechtstreeks op de persoon met een LVB zelf.

Ruim vier op de tien vermeldingen zijn helemaal niet beoordeeld. Dat betekent niet dat die interventies niet werken; het betekent dat niemand heeft onderzocht of ze werken. Datzelfde geldt in afgezwakte vorm voor de categorie „goed onderbouwd”, de grootste groep na de onbeoordeelde: die kwalificatie zegt iets over de theoretische onderbouwing, niet over aangetoond effect.

Meer info
€ 3,90