Het onderzoeksproject ‘’COLLELO’’ Collaborative learning from loneliness (2024-2028), zoekt en bezoekt initiatieven die een bijdrage proberen te leveren aan het verkleinen van eenzaamheidsgevoelens bij mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb). Uit onderzoek blijkt dat deze groep vaker eenzaamheid ervaart dan mensen zonder verstandelijke beperking (Van der Kooij, 2022). Toch gaven deelnemers in dit collaboratieve praktijkonderzoek vaak aan zich niet eenzaam te voelen, ook al is hun sociaal contact beperkt. Hoe kan dat?
De sleutel ligt in het besef dat eenzaamheid niet voor iedereen hetzelfde betekent. Voor mensen met een lvb hangt het samen met hun ontwikkelingsniveau, hun ervaringen van uitsluiting en de manier waarop ze sociale rollen ervaren. Dit artikel verkent die paradox en biedt inzichten om eenzaamheid bij mensen met een lvb anders te begrijpen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van de Humanistiek en onderzoekers en studenten van de Hogeschool Utrecht. Dit alles in nauwe samenwerking met de Sterkplaats Utrecht en de ervaringsbrigade; zij treden vanuit hun rol als ervaringsdragers op als co-onderzoekers.
De paradox van eenzaamheid
Eenzaamheid komt vaker voor bij mensen met een lvb, toch gaven de meeste deelnemers in dit onderzoek aan dat zij deze eenzaamheid niet ervaren. Dit waren allemaal bezoekers van onderzochte initiatieven (Special Social Club, De Buurtband, ABCDate, De Eettafel) die eenzaamheid bij mensen met een verstandelijke beperking willen verkleinen. Dat doel lijken zij dus te behalen.
Hier ligt ook direct de uitdaging: de verborgen groep mensen met een beperking die hun weg, met of zonder hulp van begeleiders of naasten, niet weten te vinden naar de vele initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan. Deze groep blijft onzichtbaar in ons onderzoek, maar verdient juist extra aandacht. Een andere vraag die uit dit onderzoek naar voren komt, is: begrijpen wij eenzaamheid wel op dezelfde manier als onze doelgroep?’
Wanneer is er sprake van eenzaamheid?
Eenzaamheid is een subjectieve ervaring van gemis aan betekenisvolle relaties. Dit verschilt van alleen zijn, wat een objectieve toestand is (Perlman & Peplau, 1981). Ontwikkelingspsychologisch gezien ontstaat eenzaamheid als een gevoel van gemis en sociale vergelijking vanaf de midden kindertijd en adolescentie. Jonge kinderen ervaren vooral ‘alleen zijn’ en hebben minder abstracte reflectie. Voor mensen met een lvb, bij wie de ontwikkelingsleeftijd vaak lager ligt, kan de beleving van eenzaamheid verschillen van hun leeftijdsgenoten die geen verstandelijke beperking hebben.
Onderzoekers wijzen erop dat het begrip eenzaamheid zich ontwikkelt met cognitieve vaardigheden. Voor mensen met lvb kan eenzaamheid daarom concreter en minder abstract zijn. Een deelnemer met een lvb zei: ’Ik ben niet eenzaam, want als ik me alleen voel, ga ik naar mijn opa en oma.’ Voor hem is eenzaamheid een concreet probleem met een concrete oplossing. Het is situationeel in plaats van een langdurig innerlijk gevoel. Hij ervaart het niet als een abstract gemis, maar als iets wat opgelost kan worden door actie (naar opa en oma gaan).