Er lopen in Nederland naar schatting zo'n 1,1 miljoen mensen rond met een licht verstandelijke beperking. Meer dan de bevolking van Amsterdam en Rotterdam samen. Toch is dit de groep waarover een leerkracht zegt: “LVB? Dat speelt niet bij ons op school.” De cijfers die het Landelijk Kenniscentrum LVB jaarlijks bijeenbrengt, laten iets anders zien — en vooral iets ongemakkelijks.
Waarom niemand het precies weet
Begin met de belangrijkste beperking van elk getal in dit artikel: het is een schatting. Het Sociaal en Cultureel Planbureau kwam in 2019 uit op ruim een miljoen mensen met een IQ tussen de 50 en 85 én bijkomende problematiek.
Preciezer wordt het niet, om vier redenen die elkaar versterken.
Ten eerste is een LVB zelden zichtbaar. Veel mensen doen hun best om te verbergen dat ze iets niet begrijpen; ze ontwikkelen een streetwise buitenkant die precies verhult wat er speelt. Ten tweede: wie een goed steunend netwerk heeft en dus geen hulpvraag stelt, komt nergens in beeld. Ten derde bestaan er nog nauwelijks beproefde instrumenten om adaptieve vaardigheden te meten — en juist dáár, in het dagelijks meekomen, zit de kern van een LVB. En ten slotte meet niemand standaard het IQ van de Nederlandse bevolking, gelukkig maar.
De omvang van deze groep wordt daarom afgeleid uit deelonderzoeken per domein: onderwijs, werk, zorg, justitie. Sommige daarvan zijn inmiddels tien jaar of ouder. De cijfers hieronder zijn dus geen thermometer, maar een schetsmatige kaart — met een opvallend consistente richting.
Één per klas
Ongeveer 55 procent van de kinderen met een LVB volgt regulier basisonderwijs. Statistisch gesproken zit er in vrijwel elke klas één moeilijk lerende leerling met een beperkt aanpassingsvermogen, meestal met een IQ tussen de 70 en 85. Precies die leerling valt het makkelijkst buiten beeld, omdat hij of zij het net bijhoudt.
Wordt zo'n kind niet opgemerkt, dan ligt overvraging op de loer: informatie die te snel gaat, opdrachten die net iets te veel stappen bevatten, en een reeks kleine mislukkingen die zich opstapelt. Wat je daarvan terugziet in de klas is zelden een leerprobleem. Het is faalangst, druk of juist teruggetrokken gedrag, overschreeuwen, neerslachtigheid — gedrag dat de aandacht afleidt van de oorzaak.